|
|
|||
De Kosjere Keuken 20. Het waarom van het eten„Ken Hem in al je wegen,” zegt Koning Salomo in het boek „Spreuken”. „Al je daden horen te zijn ten behoeve van de Hemel,” zegt Pirké Awot. De Jood dient G-d niet alleen met Tora-studie, gebed en het naleven van de mitswot, maar ook met iedere handeling die hij verricht, met inbegrip van de alledaagse handeling van eten. Er zijn situaties dat de handeling van eten zelf een mitswa is, bijvoorbeeld het eten van matsa met Pesach. Maar ook als dit niet het geval is, eet een Jood niet gedachteloos. Hij of zij eet „ten behoeve van de Hemel” – met de bedoeling om met de energie die hij van het voedsel verkrijgt, G-d te dienen. De Kabbalisten leren dat wanneer wij eten met dit in gedachten, dat wij dan het voedsel als het ware „verheffen” en de „G-ddelijke vonk” die erin verborgen ligt, vrijmaken, door het doel, waarvoor het geschapen werd, te vervullen.
|
|||