|
|
|||
De Kosjere Keuken 19. De heiligheid van eten„Men kan G-d het beste dienen met een gezond lichaam,” schrijft Maimonides. „Zich overeten is als een vergif voor het lichaam: de meest voorkomende ziekten worden veroorzaakt door slecht voedsel en te veel eten, zelfs als men te veel gezond voedsel eet.” Matigheid met eten is ook een geestlijk ideaal. „Wees heilig,” draagt Tora ons op, „want Ik, je G-d, ben heilig.” Nachmanides legt uit: „Daar de Tora alleen tegen verboden voedsel gewaarschuwd heeft, … zou iemand kunnen veronderstellen dat hij een ‘hedonist [1] mag zijn met toestemming van Tora.’ Daarom zegt Tora, nadat het alle verboden voedsel heeft opgenoemd: ‘Wees heilig’ – beheers jezelf ook in datgene wat is toegestaan.” Dit is het onderliggende principe in de Chassidische doctrine van iskafia (zelfoverwinning) – dat een mens niet is als een dier dat alleen maar eet voor zijn lichamelijke behoeften, maar dat hij een geestlijk wezen is, dat meester is over zijn fysieke zelf, en controle uitoefent over wat hij eet en waarom. De Tora verdedigt geen leven van ascese [2] en zelfverloochening. Tora vertelt ons om te genieten van Sjabbat en ons te verheugen op de feesten door ons te goed te doen aan heerlijk eten, door de heilige dagen van het jaar in te wijden door kiddoesj te zeggen over een beker wijn, om geestelijke mijlpalen te vieren met een feestelijke „mitswa-maaltijd.” De Baal Sjem Tov leerde dat men het lichaam niet als een vijand mag beschouwen, maar als een bondgenoot van de ziel in de dienst voor G‑d. Het ideaal vanTora is zelfbeheersing, waardigheid en doelbewustheid bij het eten.
[1] Een genotzoeker, iemand die meent dat men leeft om zijn zinnelijke verlangens te bevredigen. [2] Systematische onthouding van zingenot.
|
|||