Waarover
wordt dit gezegd? Wanneer hij niets gezegd heeft, maar wanneer hij
een lid van zijn huishouding toestemming geeft of zijn slaaf of
slavin om [voor hem] troema af te zonderen, dan is zijn troema
[geldige] troema. Wanneer hij [die toestemming] heeft ingetrokken,
[dan geldt dat] als hij [de toestemming] introk voordat de troema
werd afgezonderd, dan is zijn troema geen [geldige] troema, maar
als [hij de toe�stem�ming introk] nadat de troema werd
afgezonderd, dan is zijn troema [een geldige] troema. Werknemers
hebben geen recht om troema af te scheiden, behalve de [druiven-]
trappers, want zij maken de wijnpers onmiddellijk onrein.
Toelichting bij Misjna 3:4
Waarover wordt dit gezegd
� dat volgens Rabbi Akiva [in de vorige Misjna] de troema van
beide partners, die de een na de ander troema afgezonderd hebben,
geldig is? (RAV) Volgens sommige commentatoren gaat dit ook
over Rabbi Jossi�s commentaar in de vorige Misjna.
Wanneer hij niets gezegd heeft
� Als hij geen toestemming aan zijn partner gegeven heeft om voor
hem troema af te zonderen (RAV).
Maar wanneer hij toestemming gegeven heeft
� Als de huiseigenaar toestemming gaf [aan zijn partner of aan
zijn huisgenoten] om in zijn naam troema af te zonderen (RAV).
Wanneer hij [die toestemming] heeft ingetrokken
� Nadat hij de agent heeft aangewezen om troema af te zonderen,
trekt hij die toestemming weer in nadat de agent is weggegaan (RAV).
Als hij de toestemming intrekt nadat de agent de troema al
heeft afgezonderd, dan is de troema geldig. Alleen als hij het van
te voren intrekt, heeft de agent zijn machtiging verloren.
Behalve de [druiven-] trappers
� Dit zijn arbeiders die de druiven fijnstampen met hun voeten om
het sap eruit te persen. Zij mogen troema afzonderen, zelfs als de
eigenaar hen daartoe niet uitdrukkelijk gemachtigd heeft. Het gaat
hier om een am haärets [een ongeletterd persoon] die
arbeiders huurt, die zorgvuldig zijn in de naleving van de
mitswot, om zijn druiven fijn te stampen, zodat ze tahor
blijven. Als de eigenaar-am haärets de druiven (of de wijn)
aanraakt, worden ze automatisch tamee [aldus hebben de
Geleerden beslist] en kan er geen troema meer van worden
afgenomen. Daarom mogen die arbeiders troema afzonderen, ook
zonder dat de eigenaar hen daar opdracht toe gegeven heeft, en
daarna kan het geen kwaad meer als de eigenaar de druiven of de
wijn aanraakt (RAV). Een am haärets � dat is een
ongeletterd persoon � wordt verondersteld onrein tezijn, zelfs al
houdt hij zich aan de mistwot en hij of zijn kleren vloeistof of
voedsel aanraakt, wordt dat tamee (Rambam,
Hilchot Metsamei Misjkav oeMosjav 10:1).