Wanneer
partners de één na de ander troema afzonderen1, daarvan
zegt Rabbi Akiva: beide �troemot� zijn troema2. [Maar]
de Geleerden zeggen: [alleen]
de eerste troema is troema3. Rabbi Jossi zegt: wanneer
de eerste de [voorgeschreven] maat heeft afgezonderd4,
dan is de tweede �troema� geen troema. Maar als hij niet volgens
de [voorge�schre�ven] maat heeft afgezonderd, dan is de tweede
�troema� troema.
Toelichting Misjna 3:3
1. Wanneer
partners de één na de ander troema afzonderen
� Als twee
partners gezamelijk 50 sea product in eigendom hebben, en
ze zonderen allebei één sea troema af na elkaar, zonder dat
van elkaar te weten.
2. Beide
�troemot� zijn troema
� De helft van wat elk heeft afgezonderd is troema en de andere
helft is choelien. Als ze elk van 50 sea één sea
hebben afgezonderd, dan is van ieder een halve sea troema (RAV).
[Elk van de partners kan slechts voor zijn deel van het
gemeenschappelijk eigendom troema afscheiden. Wanneer ze dus samen
50 sea bezitten, kan ieder slechts een halve sea (1/50e)
troema afscheiden. Rabbi Akiva gaat ervan uit dat als de partnes
elkaar niet expliciet toestemming geven om voor elkaar troema af
te zonderen, dat ze de afzondering door de ander niet accepteren.
Dus ieder kan alleen voor zichzelf troema afzonderen en wat hij
voor zijn partner heeft afgezonder is niet geldig.]
3. De
Geleerden zeggen: de eerste is troema
� De tweede
partner gaat ermee akkoord dat de ander voor hem ook troema
afzondert. Als hij geweten had dat zijn collega al troema had
afgezonderd, dan had hij niets afgezonderd.
4. Als de
eerste de voorgeschreven maat heeft afgezonderd
� Eén op
vijftig, overeenkomstig het voorschrift van de Geleerden [Tora
geeft geen maat voor de troema, maar de Geleerden hebben
voorgeschreven dat men eenvijftigste van het product als troema
moet afzonderen], dan is zijn troema geldig. De halacha is volgens
Rabbi Jossi, want zijn woorden zijn een nadere verklaring van de
woorden van de Geleerden (RAV).