Berachot Hoofdstuk 8 - Misjna 6 ���� ���������� ��� ��� ������ ����� ��� ������������ ���� ��������, ����� ��� ������ ����� ��� ������������ ���� ������, ����� ��� ������ ����� ��� ������������ ����������� �������� �����. ���� ���������� ��� ������ ��� ������������ ��������:
Men zegt geen beracha over de kaarsen of kruiden [1] van niet-Joden [2] en ook niet over kaarsen of kruiden van de doden [3],[4] en ook niet over kaarsen of kruiden [die gebruikt werden voor afgoderij [5].] Men zegt de beracha voor het licht niet voordat men van het licht gebruik gemaakt heeft [6]. Aantekeningen [1] Kaarsen en kruiden voor havdala. [2] Niet over de kaarsen of kruiden van niet-Joden: Het licht, omdat het niet �gerust� heeft, want de niet-Jood heeft bij het licht arbeid verricht, en wij hebben als algemene regel dat wij geen beracha zeggen over licht dat niet �gerust� heeft, omdat er een overtreding mee begaan is. En kruiden van niet-Joden: Kruiden die op een feestje gebruikt zijn, waar niet-Joden aan een feestmaal aanzaten. En dat wat er aan het eind van de Misjna staat: �En niet over kaarsen of kruiden voor afgoderij, wat is daarvan de reden, er is toch al boven gezegd dat men geen beracha zegt over kruiden van niet-Joden? Maar dat is omdat een gewoon niet-Joods feest verondersteld wordt te zijn voor afgoderij, en men zegt geen beracha over kruiden die voor afgoderij gebruikt zijn. (RAV). [3] En niet over kaarsen van doden: Want zij werden daar niet gebruikt voor hun licht maar alleen voor de eer [van de dode]. (RAV) [4] En ook niet over kruiden voor de doden: Want zij werden gebruikt om de slechte geur te verdrijven. (RAV) [5] En ook niet voor kaarsen of kruiden voor afgoderij: Want die zijn verboden om er profijt van te hebben. (RAV) [6] Niet voordat men van het licht gebruik gemaakt heeft: Zodat men profijt heeft van het licht. Niet dat men er werkelijk profijt van moet hebben, maar dat het licht genoeg is om, wanneer men wil, er profijt van te hebben. (RAV)
Copyright � 2004 by |