Berachot Hoofdstuk 7 - Misjna 2 נָשִׁים וַעֲבָדִים וּקְטַנִּים, אֵין מְזַמְּנִין עֲלֵיהֶם. עַד כַּמָּה מְזַמְּנִין, עַד כַּזַּיִת. רַבִּי יְהוּדָה אוֹמֵר, עַד כַּבֵּיצָה:
Vrouwen, [niet-Joodse] slaven [1] en kinderen nodigt men niet uit voor de zimmoen [2]. Voor welke hoeveelheid [brood] nodigt men uit? [3] Voor een kazajit [4]. Rabbi Jehoeda zegt: voor een kabeitsa [5]. Aantekeningen [1] Niet-Joodse slaven, die het eigendom zijn van Joden, moeten besneden worden en krijgen dan dezelfde verplichtingen als vrouwen. [2] En kinderen nodigt men niet uit voor de zimmoen: Het gaat hier met name over minderjarige kinderen, die weten tot wie zij de berachot zeggen, maar een kind dat wel weet tot wie hij de beracha zegt, nodigt men uit. [Een klein kind onder de zes jaar en sommigen tot onder tien jaar, afhankelijk van de ontwikkeling van het kind, begrijpt nog niet dat de beracha tot G-d gericht is, maar daarboven, als hij het begrijpt, ook al is hij nog geen dertien jaar, nodigt men hem uit]. Maar sommigen van onze rabbijnen zeggen dat zij [de Tannaïem van de Misjna] niet gezegd hebben: „Een kind dat weet tot wie hij de beracha zegt, nodigt men uit voor de zimmoen”, maar „een jongen van dertien jaar en één dag, die nog geen twee [puber-]haren geproduceerd heeft, en die men een „ontspruitend kind” noemt [die nodigt men uit], echter een kind onder die leeftijd nodigt men niet uit, zelfs als hij weet tot wie hij de beracha zegt. In de Jeroesjalmi wordt de praktische halacha gebracht, dat men een minderjarige in het geheel niet uitnodigt voor de zimmoen, totdat hij is opgegroeid en twee haren geproduceerd heeft. Vrouwen kunnen elkaar uitnodigen. Ook slaven kunnen elkaar uitnodigen, maar vrouwen en slaven brengt men niet samen, wegens gevaar voor losbandigheid (RAV). [De Halacha is: Vrouwen, niet-Joodse slaven en minderjarigen onder de dertien jaar kunnen niet voor zimmoen meegeteld worden (Sj.A. 199:6; Rama 199:11)]. [3] D.w.z. wat is de minimum hoeveelheid van brood die iemand gegeten moet hebben om te worden uitgenodigd voor een zimmoen. [4] Voor een kazajit: [Een olijf grootte]. En dat is de halacha, en niet volgens Rabbi Jehoeda, die gezegd heeft „voor een kabeitsa” [voor de hoeveelheid van een ei, hetgeen meer is dan een olijf grootte] (RAV). [5] Een kabeitsa - ei grootte - is meer dan een kazajit. Hoewel een kazajit de normale hoeveelheid is in de meeste gevallen bij voedsel, koos Rabbi Jehoeda hier de grotere hoeveelheid, omdat Tora zegt [in Dewariem 8:10]: „En je zult verzadigd zijn en [dan] zul je zegenen ....”. Daar Tora vereist dat men verzadigd moet zijn, ten einde verplicht te zijn om de Birkat Hammazon te zeggen, zou een grotere hoeveelheid voedsel hiervoor vereist zijn dan in andere situaties (Tosafot Jom Tow).
Copyright © 2004 by |