Berachot Hoofdstuk 6 - Misjna 6 ����� ���������� �������, ���� ����� ������� �������� ���������. ��������, ����� �������� ��������. ���� ����� ����� �������� ���������, ���� ����� ������� �������� ���������. ������� ���������, ����� �������� ��������. ������ ������ ��� ����������, ��� ��� ���� ������� ��������� ��� ���������� ������ ������� �����������:
Als zij waren gaan zitten [1] om te eten, dan zegt ieder de beracha [2] voor zichzelf [3]. Wanneer zij aanlagen, dan zegt één de beracha voor allen [4]. Wanneer voor hen tijdens de maaltijd wijn gebracht werd, dan maakt ieder apart [daarover] de beracha [5]. Na de maaltijd, dan zegt één de beracha voor allen. En hij zegt de beracha over het reukwerk [6], ondanks dat men het reukwerk pas na de maaltijd [7] brengt. Aantekeningen bij Misjna 6.6 [1]. Als zij waren gaan zitten: Zonder te leunen, dan is dat een teken dat zij zich niet verzameld hadden om gezamelijk te eten, want wanneer men [in de tijd van de Misjna] in groepen gezamelijk wilde eten, dan was men gewend op rustbanken te liggen en liggend op de linker zij at en dronk men (RAV). [2]. Hamotsie [3]. Ieder zegt de beracha voor zichzelf: Want zij hadden geen vaste maaltijd zonder aan te liggen [d.w.z. zij waren kennelijk niet van plan gezamelijk een maaltijd te gebruiken en alleen als men dat wel van plan was kan de één de anderen vrijmaken van de verplichting om een beracha te zeggen]. Echter, wanneer zij tegen elkaar zeiden: �kom, laten wij op die en die plaats gezamelijk brood eten�, ook al lagen zij niet aan, dan wordt dat beschouwd als aanliggen en dan zegt er één [van het gezelschap] de beracha voor allen, en men vormt zo ook een zimmoen. (RAV). [4]. Wanneer veel mensen gezamelijk een maaltijd gebruiken, kan één persoon voor alle anderen de naberacha zeggen, en die anderen zijn daarvan dan vrijgesteld, mits: a). degene die voorbensjt de bedoeling heeft de anderen vrij te maken; b). De toehoorders moeten ieder woord wat hij zegt horen en mogen er niet doorheen praten; c). De toehoorders moeten de bedoeling hebben hun verplichting voor een beracha te volvoeren met het uitspreken van de naberacha door de voor�gan�ger. d). Zij zeggen op elke beracha �amein�. [Zie Sjoelchan Aroech 183:6 en Misjna Beroera daar]. [5]. Wanneer voor hen tijdens de maaltijd wijn gebracht werd, dan maakt ieder apart de beracha: Daar geen enkele keel leeg is en niemand van de aanzittenden aandacht heeft voor degene die de beracha uitspreekt, maar uitsluitend voor datgene wat in zijn mond zit om dat door te slikken. En een andere reden [dat wij zeggen dat ieder voor zich de beracha moet maken] is dat wij vrezen dat iemand zou kunnen stikken als hij �amein� zegt [terwijl hij iets in zijn mond heeft] (RAV). [6]. En hij zegt de beracha over het reukwerk: Degene die de birkat hama�zon zegt, zegt ook de beracha over het reukwerk: �boree �atsei besamiem� - [Gezegend �.] Die welriekend hout geschapen heeft. En hoewel er iemand [aanwezig] kan zijn die voorrang heeft boven hem [omdat hij belangrijker is], dan toch, omdat hij met het ene begonnen was, zegt hij ook het andere (RAV). [Als iemand die voorrang geniet bij het uitspreken van de birkat hamazon, zoals een kohen, en niet in de birkat hamazon heeft voorgegaan, bij�voor�beeld omdat hij even afwezig was of nog niet klaar was met eten of iets dergelijks, dan wordt hem toch niet gevraagd één van de andere berachot te zeggen die na de birkat hamazon gezegd worden, maar degene die begon�nen is, maakt het ook af]. Reukwerk: Men was [in de tijd van de Misjna] gewoon om na de maaltijd welriekend hout te brengen in een pan op het vuur om een plezierige geur te verspreiden. [7]. Na de maaltijd: Na birkat hamazon, want ook nu dat de spijzen niet voor de maaltijd nodig zijn, zelfs dan [geldt], dat daar hij eenmaal begonnen is met de na-beracha, hij het ook afmaakt.
Copyright � 2004 by |