Berachot Hoofdstuk 4 - Misjna 5 הָיָה רוֹכֵב עַל הַחֲמוֹר, יֵרֵד. וְאִם אֵינוֹ יָכוֹל לֵירֵד, יַחֲזִיר אֶת פָּנָיו, וְאִם אֵינוֹ יָכוֹל לְהַחֲזִיר אֶת פָּנָיו, יְכַוֵּן אֶת לִבּוֹ כְּנֶגֶד (בֵּית) קֹדֶשׁ הַקֳּדָשִׁים:
Als iemand op een ezel rijdt, stapt hij af [1]. En als hij niet kan afstappen [2], draait hij zijn gezicht om [3]. En wanneer hij zijn gezicht niet kan omdraaien, richt hij zijn hart [4] op de plaats van het Heilige der Heiligen [5]. [1]. Als iemand op een ezel rijdt, stapt hij af: De halacha is niet volgens deze anonieme misjna, echter, wanneer hij nu wel of niet iemand heeft die de ezel bij het afstappen vasthoudt, dan stapt hij niet af, omdat zijn gedachten niet tot rust komen als hij afstapt. (RAV). [De reden is, dat hij zich beter zal concentreren op de tefilla als hij op de ezel blijft zitten. Want ook als iemand anders de ezel kan vasthouden, wordt hij gestoord door de gedachte dat hij tijd verliest als hij afstapt en daardoor zal hij zich niet goed op zijn tefilla kunnen concentreren. (Rasji). [2]. Als hij niet kan afstappen - omdat niemand de ezel voor hem kan vasthouden, waardoor hij bang is dat de ezel er vandoor zal gaan - zou hij zich niet kunnen concentreren op zijn tefilla. [3]. Hij draait zijn gezicht in de richting van Jeruzalem, zoals er staat [in I Melachiem 8:48]: „En zij bidden tot U in de richting van het land”. (RAV). [4]. D.w.z. men concentreert zijn gedachten. [5]. Hij richt zijn hart op de plaats van het Heilige der Heiligen: Zoals er geschreven staat [I Melachiem 8:35]:„ En zij zullen in de richting van deze plaats bidden”. [Het vers heeft het over de Tempel in Jeruzalem] (RAV).
Copyright © 2004 by |