Berachot Hoofdstuk 2 - Misjna 3 הַקּוֹרֵא אֶת שְׁמַע וְלֹא הִשְׁמִיעַ לְאָזְנוֹ, יָצָא. רַבִּי יוֹסֵי אוֹמֵר, לֹא יָצָא. קָרָא וְלֹא דִקְדֵּק בְּאוֹתִיּוֹתֶיהָ, רַבִּי יוֹסֵי אוֹמֵר יָצָא, רַבִּי יְהוּדָה אוֹמֵר לֹא יָצָא. הַקּוֹרֵא לְמַפְרֵעַ, לֹא יָצָא. קָרָא וְטָעָה, יַחֲזֹר לִמְּקוֹם שֶׁטָּעָה:
Wie Sjema’ zegt, maar zijn oren niet heeft laten horen wat hij zegt, heeft zijn plicht gedaan. Rabbi Jossi zegt: „Hij heeft zijn plicht niet gedaan”. [1] Als men het leest maar niet nauwkeurig is [in de uitspraak] van de letters, [2] [daarover] zegt Rabbi Jossi: „Hij heeft zijn plicht gedaan” [3]. Rabbi Jehoeda zegt: „Hij heeft zijn plicht niet gedaan”. Wie het leest in een andere volgorde [4] heeft zijn plicht niet gedaan. [5] Heeft hij gelezen en een fout gemaakt, dan keert hij terug naar de plaats van de fout. [6] [1]. Rabbi Jossi zegt: „Hij heeft zijn plicht niet gedaan: Want er staat geschreven: Sjema’ [Hoor!], d.w.z. laat je oren horen wat uit je mond komt. Maar de Tanna Kamma [1*] is van mening dat je Sjema’ [mag zeggen in iedere taal die je verstaat [2*], en de halacha is volgens de Tanna Kamma. (RAV) [D.w.z. dat men zijn plicht gedaan heeft, ook als men Sjema’ niet hardop gezegd heeft, zodat men zijn eigen woorden niet kon horen en ook als men het in zijn eigen taal gezegd heeft. [1*] Een tanna is een leraar, geleerde, wiens uitspraak in de misjna is vastgelegd. Tanna kamma is de eerste, niet met name genoemde tanna, de eerste tanna. [2*] Het verschil tussen Rabbi Jossi en de Tanna Kamma is dat waar Rabbi Jossi het woord Sjema’ opvat in zijn betekenis van „luisteren” – het oor moet luisteren naar wat de mond zegt – vat de Tanna kamma het woord Sjema’ op in de betekenis van begrijpen wat men zegt.] [2]. Maar niet nauwkeurig was met de letters: Door ze niet netjes uit te spreken bij twee woorden waarvan het tweede woord begint met dezelfde letter als waarmee het eerste woord eindigt, bijvoorbeeld: ‘al lewawecha, en: ‘esev besadecha, en: we awadetem mehera. Wanneer men niet even pauzeert om ze [3*] van elkaar te scheiden, dan lijkt het alsof men de twee letters als één letter leest [En alsof de twee woorden samen één woord vormen]. (RAV) [3*] De hier voor genoemde woorden. [3]. Rabbi Jossi zegt: „Hij heeft zijn plicht gedaan. De halacha is volgens Rabbi Jossi. Maar in principe moet men de letters zorgvuldig uitspreken. En men moet ook oppassen niet te bewegen wat rust en niet te doen rusten wat beweegt [4*], niet zwak maken wat sterk is en niet sterk maken wat zwak is. En men moet de zajin van tizkeroe duidelijk laten horen, opdat het niet lijkt alsof men zegt tiskeroe, met een sien, alsof men veel vraagt [5*], want het is niet mooi om de meester te dienen om een beloning te krijgen. [6*] (RAV) [4*] Men moet niet een sjewa na’ [een bewegende sjewa] uitspreken als een sjewa nach [een rustende sjewa]. Het exacte verschil hiertussen vindt men in grammaticaboeken. [5*] De letters Weet, Chav, Fee en Thav worden met een dageesj erin anders uitgesproken, nl. als een Beet, Kaf, Pee en Tav en worden dan „sterk” genoemd. Zonder dageesj heten ze „zwak”. De regel hiervoor vindt men in grammaticaboeken. [6*] De zin [in Bamidbar 15:40] luidt: Lema’an tizkeroe wa’asietem èt kol mitswotai – opdat jullie je zult herinneren en al Mijn mitswot zult doen. Wanneer men de zajin [z] van tizkeroe als een sien [s] uitspreekt, klinkt het als tiskeroe, hetgeen betekent: „je zult beloond worden als je Mijn mitswot doet”. De misjna in Avot 1:3 zegt dat men Hasjem uit liefde moet dienen, niet om een beloning, die komt vanzelf, zoals een kind uit liefde voor zijn ouders doet wat zij zeggen, en dan komt de beloning ook vanzelf. [4]. Wie het in een andere volgorde leest: Wie het derde vers voor het tweede zegt en de tweede het eerst, of iets dergelijks. (RAV) [5]. Heeft zijn plicht niet gedaan: Want er staat geschreven [in Dewariem 6:6]: „En deze woorden zullen zijn”, dat wil zeggen: ze zullen zijn zoals zij nu zijn, d.w.z.: zoals de volgorde is in Tora. Echter, wanneer men de [derde] paragraaf Wajjomer voor de [tweede] paragraaf Wehaja iem sjamoa’ zegt, of de paragraaf Wehaja iem sjamoa’ voor Sjema’, dan lijkt het mij dat dit niet beschouwd wordt als een andere volgorde, en dan heeft men zijn plicht gedaan, want [de paragrafen] staan niet in dezelfde volgorde als in de Tora. (RAV) [In Tora komt eerst Wajjomer (de derde afdeling van Sjema’) voor, in Bamidbar, en daarna Sjema’ en Wehaja iem sjamoa (de eerste twee afdelingen van Sjema’) in Dewariem.] [6]. Dan keert hij terug naar de plaats van de fout: Wanneer hij een fout maakte tussen twee afdelingen, zodat hij niet weet in welke afdeling hij gestopt is, zodat hij naar het begin van die afdeling moet terugkeren, dan keert hij terug naar het begin van Wehaja iem sjamoa’. De Rambam zegt dat dit we ahavta et Hasjem is. Wanneer men midden in een afdeling gepauzeerd heeft en men weet in welke afdeling men onderbroken heeft, maar men weet niet meer op welke plaats in die afdeling men gestopt is, dan herhaalt men vanaf het begin van die afdeling. Wanneer men de zin oechtavtam gelezen heeft en men weet niet meer of dat oechtavtam van Sjema’ of oechtavtam van Wehaja iem sjamoa'’was [7*], dan herhaalt men vanaf oechtavtam van Sjema’. En als men twijfelt nadat men al lema’an jirboe gezegd heeft, dan hoeft men niet te herhalen want hij heeft [waarschijnlijk] zijn gewone taal gebruikt. (RAV) [d.w.z.: hij heeft het waarschijnlijk goed gezegd]. [7*]. De zin die begint met oechtavtam komt in beide afdelingen voor.
Copyright © 2004 by |