Vorige Index  

Berachot

Hoofdstuk 2 - Misjna 8

חָתָן אִם רָצָה לִקְרוֹת קְרִיאַת שְׁמַע לַיְלָה הָרִאשׁוֹן, קוֹרֵא. רַבָּן שִׁמְעוֹן בֶּן גַּמְלִיאֵל אוֹמֵר: לֹא כָל הָרוֹצֶא לִטֹל אֶת הַשֵׁם, יִטֹּל.

 

Wanneer een bruidegom op de eerste avond [van zijn huwelijk] Sjema’ wil zeggen, dan mag hij dat zeggen. Rabban Sjim’on ben Gamliël zegt: Niet iedereen die een „naam” [1] wil verkrijgen, krijgt die [2].


[1]. De naam dat hij zorgvuldig is in de uitvoering van de mitswot.

[2]. Niet iedereen die een naam wil verkrijgen, krijgt die: Wanneer hij niet bekend staat als een geleerde, die ook in andere dingen bekend staat, dan is het slechts hoog­hartigheid, want hij laat zien hoe hij zijn hart kan beheersen. Maar de halacha is niet volgens Rabban Sjim’on ben Gamliël. Wij zien dat een aantal van onze geleerden zeggen dat tegenwoordig iedereen Sjema’ moet zeggen op de eerste avond [van zijn huwelijk], omdat in deze ge­neraties men zich ook op de overige dagen niet zo sterk concen­treert. En als hij het niet op de eerste avond zou zeggen zou dat juist hooghar­tig lijken. Want dan geeft hij daarmee voor, alsof hij op de andere dagen zich wel zo voortreffelijk concentreert, behalve nu, omdat hij zo bezorgd is voor de mitswa [van de coïtus] (RAV).


Copyright © 2004 by
Zwi (H) Goldberg

All rights reserved.
No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system or transmitted, in any form or by
any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without prior permission in writing
from the copyright holder