|
||||
|
||||
|
|
||||
Daf
85b: Takoa Alfa voor Olie Met
wat voor olie gebeurde het wonder met het oliekannetje Onze
misjna vertelt dat de olie voor de Tempel afkomstig was uit de plaats Tekoa
Alfa. Dit feit dient de Risjoniem als basis om te verklaren waarom de
olie in de Tempel precies acht dagen brandde, de dagen die later werden
ingesteld als Chanoeka. De Ran [Sjabbat 21b] legt uit dat pure olie alleen verkrijgbaar was
op een afstand van vier dagen reizen en daarom waren er acht dagen nodig om
daarheen te gaan en terug te keren met de olie. Sefer HaEshkol [Hilchot
Chanoeka]
en andere Risjoniem [Meiri, ibid. Abudraham; etc.] citeren de misjna dat de olie gebracht werd uit Tekoa, en merken op dat
Tekoa in het deel van Asjer lag, dat gezegend was met olie. Deze
bewering wordt niet door iedereen gedeeld. Sommigen zeggen dat Tekoa was
gelegen in het deel van Jehoeda of Binjamin, dichtbij Jeruzalem [gebaseerd
op Diwrei Hajamiem II:hfdst. 11; zie Abarbanel op II Sjmoeël 14
en het schijnt dat dat ook de mening is van Rasji in Pesachiem 53a, beg.w. Tekoa
en beg.w. Goesj Chalav, dat alleen Goesj Chalav in Asjers deel lag;
zie Beit Aharon weJeroesjalajin, kovets 4, p.85]. Zowel volgens deze meningen, als volgens wat
er staat in Beit Joseef [670] hadden zij het wonder van de olie gedurende acht dagen nodig, omdat
degenen die de olie reinigden gedurende zeven dagen zelf onrein waren en pas
op de achtste dag konden zij de olijven fijnpersen. De parallel tussen het type olie van de Menora en de olie voor de
Chanoeka-lamp: Om het wonder te gedenken en bekend te maken, stelde Chazal in dat
de lichten acht dagen zouden branden. De basis voor de halacha hiervoor is
dat ieder licht kosjer is, maar �het
is een extra mooie mitswa om olijfolie te gebruiken, omdat die ook diende
voor het wonder� [Kolbo, geciteerd door Darchei Mojé
673]. Het aansteken van Chanoeka lichten met olie die niet voor consumptie
geschikt is: HaGaon Rav Joseef Sjalom Eliasjiev, desgevraagd naar het gebruik van olie
voor de Chanoekalichten, die niet voor consumptie geschikt is, wees op deze
halacha als bron, dat hoe meer de olijfolie die wij gebruiken voor Chanoeka,
lijkt op de olie in de Tempel, dit de mitswa verfraait [Kovets
Mewaksjei Tora, p. 32]. Gestolde olijfolie: Sinds kort worden er �instant�
olijfolie-lichtjes verkocht, met gestolde olie en een pit in een glazen
bakje, alles kant en klaar. HaGaon Rav Sjmoeël HaLevi Wosner werd
gevraagd [Responsa Sjewet HaLwvi IX, 143]
of deze olie voor Chanoeka bruikbaar is en of de mitswa om de Menora in de
Tempel aan te steken daar ook mee had kunnen worden uitgevoerd. Hoewel de soegiot
die wij nu leren, vol staan van halachot over de olie, wordt er niets gezegd
over gestolde olie. Rav
Wosner antwoordde dat in feite gestolde olie niet geschikt is voor het
aansteken van de Menora in de Tempel. Rambam [Hilchot Toemat Ocholien 1:19]
verklaart dat gestolde olie zijn naam als vloeistof verloren heeft, maar het
neemt ook niet de naam van vast voedsel aan, het is noch vast noch
vloeibaar. Daar de gebruiksvoorwerpen in de Tempel, die bedoelt waren om
vloeistoffen te bevatten, alleen vloeistoffen konden heiligen [Zewachiem
98a], is er geen mogelijkheid om zulke olie voor de
mitswa te heiligen. Gestolde olie is kosjer voor Chanoeka: Niettemin schrijft de Sjewet HaLevi dat
gestolde olie bruikbaar is voor de Chanoekalamp, omdat wij geen parallel
hoeven te trekken tussen de olie die geschikt is voor de Menora van de
Tempel en de olie die geschikt is voor de mitswa van de Chanoekalichten. Het wonder van het oliekannetje gebeurde met gestolde olie!
Het is interessant dat er Risjoniem zijn die beweren dat gestolde
olie beschouwd moet worden als vast voedsel [zie de Rava�ad in de Hasagot,
ibid, en Tosafot Pesachiem 14b, beg.w. Afiloe] en sommigen schrijven dat volgens hun het
oliekannetje, waarmee het wonder gebeurde, gestolde olie bevatte! De
schrijver van Tesjoewa Meahava [Responsa II, 285] vertelt dat hem, toen hij nog een kind was, gevraagd
werd door de �Maharal Kasvits, av beit din van onze gemeente� dat
volgens sommigen vloeistoffen niet onrein kunnen worden in de Tempel [zie
het meningsverschil tussen Rav en Sjmoeël in Pesachiem 16a] en als dat zo is, hoe konden de Grieken dan �alle
olie verontreinigen�? Hij antwoordt dat misschien de olie bewaard was in
gestolde vorm en zo, als vast voedsel wel onrein kan worden [zie
ibid, dat hij andere oplossingen biedt; zie ook Kehillot Ja�akov V,
19 en Piskei Tesjoewa 673, opm. 32]. Mystieke intenties: Wij hebben het probleem van de Chanoeka lichten met
gestolde olie behandeld. Sommigen merken op dat Kabbalistische werken
intenties en eenmakingen [jichoediem] noemen om zich te concentreren
als men de olie in de Menora giet en de pit erin zet, handelingen die
onmogelijk zijn als men gestolde olie gebruikt. Hoewel wij ons niet op deze
intenties concentreren, kunnen wij er niettemin van leren dat er verheven
zaken zijn bij deze handelingen, en dat het beter is om zich aan de
gewoonten van vroomheid te houden en die niet te verliezen door gestolde
olie te gebruiken [Kovets Beit Aharon weJisraël, p.
143-144]. Dat verhindert natuurlijk niet de bovengenoemde regel
dat gestolde olie kosjer is voor Chanoeka. Menachot Daf 87b HaGaon Rav Joseef Chaim uit Bagdad zts�l
verzamelde vele vragen uit het dagelijks leven in zijn Tora lisjma.
De vragen zijn zeer gevariëerd en we halen er hier enkele aan, waarvan
het antwoord gebaseerd is op onze Gemara. Wat verdient de voorkeur: fijne wijn
voor Kiddoesj of zuiver olie voor de Sjabbatlichten? Een arm iemand vroeg de Rav eens het
volgende [Responsa 89]: Hij had genoeg geld om wijn te kopen voor de
kiddoesj en olie voor de
Sjabbatlichten, maar niet genoeg om betere kwaliteit wijn en ook zuiverdere
olie te kopen. Wat moest hij doen, eenvoudige wijn en dure olie kopen, of
dure wijn en eenvoudige olie? Rav Joseef Chaim antwoordde dat hij
moest kiezen voor de betere wijn. Onze
misjna (86a) zegt dat als zuivere olijfolie gebruikt moest worden om de
Menora aan te steken, dan gold dat zeker nog meer voor de menachot
die gegeten moesten worden, maar een vers leert ons expliciet dat zuivere
olijfolie alleen een vereiste was voor de Menora en voor niets anders.
Hieraan kunnen wij zien dat er in het algemeen meer waarde gehecht wordt aan
de betere kwaliteit van voedsel, en daarom moet hij de fijnere wijn kopen en
de eenvoudige olie. Verdeling van de matsot volgens schatting en niet
naar gewicht: Een interessante halacha die de Rav noemt [137]
betreft een chawoera [groep mensen] die hun eigen matsot samen bakten
en die de matsot later verdeelden onder de leden van de chawoera.
Rabbi Chaim bepaalde dat het
beter is om de matsot te verdelen volgens schatting dan om ze te wegen. Onze
Gemara leert ons dat het minchat chavitien van de kohen gadol
verdeeld werd in 12 gelijke porties door middel van schatting en niet
door ze te wegen, omdat het verdelen van brood op basis van gewicht door
Tora een vloek genoemd wordt. Wegens honger en schaarste ��zullen tien
vrouwen je brood bakken in één oven en zij zullen je het brood
volgens gewicht terugbrengen� [Wajjikra 26:26]. Bovendien
moeten de matsot met eer behandeld worden, overeenkomstig de eer van
de mitswa. De mitswa van het bakken van chalot voor Sjabbat: Hij voegt daar nog een belangrijke opmerking aan toe: �En hiervan leer je dat diegenen die thuis deeg kunnen maken en dat kunnen bakken voor Sjabbat, maar ten gevolge van hun luiheid brood kopen bij een Joodse bakker, behalve dat zij de mitswa van het afscheiden van challa missen, brengen zij ook hun brood bij het gewicht, want de bakker weegt het en geeft het dan aan hun. Echter zij die de moeite nemen om thuis deeg te maken en de mitswa van challa doen, een mitswa die de huisvrouw zelf uitvoert, niet alleen is hun brood extra schoon, zij vermijden ook de vloek van het wegen en zij zullen gezegend zijn, zoals ons verteld wordt: �om een zegen over je huis te brengen.�
Meorot
HaDaf 241 Daf 89a: Geef haar voldoende, zodat zij brandt van de
avond tot de ochtend Bestaat er een Mitswa om de Menora aan te steken? Bestaat er een mitswa om de Menora in de Tempel aan
te steken? Een malle vraag. Iedereen kent het vers dat in onze soegia
wordt aangehaald: �In de tent der samenkomst zal Aharon het in orde maken,
van de avond tot de ochtend� [Wajjikra
24:3]
en, zoals Rambam schreef [toen
hij de mitswot opsomde aan het begin van Hilchot Temidiem Oemoesafiem]: �Om de lichten iedere dag aan te steken.�
Echter, wanneer wij de poskiem nader bestuderen, ontdekken wij dat de
zaak niet zo simpel is als hij lijkt. De menora bleef branden van jaar tot jaar: De
Midrasj Tanchoema [einde
van parasjat Wajetsee]
zegt dat Rabbi Chanina Segan HaKohaniem gezegd heeft: �Ik diende in de
Tempel en er gebeurde een wonder met de Menora: Vanaf dat hij werd
aangestoken op Rosj Hasjana ging hij niet meer uit tot het volgende jaar�!
Wanneer de Menora slechts eenmaal per jaar werd aangestoken, hoe vervulden
zij dan de mitswa om hem iedere dag aan te steken? Of met andere woorden,
hoe is de mitswa van het aansteken? De mitswa vervullen door olie toe te voegen: HaGaon
Rav Chaim van Brisk zts�l stelde deze vraag aan de Gerer Rebbe zts�l,
de auteur van Imrei Emet, die antwoordde: De Gemara zegt, dat wie
olie toevoegt aan een lamp, schuldig is aan het aansteken van vuur op
Sjabbat. Met andere woorden, iemand die olie toevoegt aan een bak met olie,
waarin zich een brandende pit bevindt, wordt beschouwd als iemand die het
vuur aan�steekt. Daarom zou
het mogelijk zijn dat zij iedere dag een druppel olie aan de menora
toevoegden en zo de mitswa van het aansteken vervulden [Marei
Kodesj, Chanoeka 7]. Maar HaGaon Rav Pesach Frank zts�l, de
Rabbijn van Jeroesjalajim, verbaasde zich over dit antwoord, om�dat iemand
die de chanoekalichten aansteekt, terwijl er niet voldoende olie in de
bakjes zit zodat de menora de vereiste minimum tijd zal branden, die moet de
menora doven en opnieuw aansteken, nu met de vereiste hoeveelheid olie [Rosj,
Sjabbat, Hfdst. 2, par. 7, aangehaald in de Sjoelchan Aroech 675:2].
Waarom is het niet vol�doende om de vereiste hoeveelheid aan de brandende
lamp toe te voegen? Het is duidelijk dat olie toevoe�gen aan een brandende
lamp niet beschouwd kan worden als �aansteken�. HaGaon Rav Y. Kohen ztst�l
[Mikraei Kodesj 8, in Harerei Kodesj] werd over dit onderwerp
gevraagd, en hij rangschikte de halachot als volgt in hun juiste volgorde: Het verschil tussen branden en aansteken:
Ten eerste noemt hij wat HaGaon Rav Shraga Feivel Frank zts�l
gezegd heeft, die verklaart dat de halacha, dat iemand die olie toevoegt aan
een brandende lamp op Sjabbat beschouwd wordt alsof hij vuur heeft
aangestoken, zijn oorsprong vindt in het feit dat de melacha van
aansteken [mav�ier] betrekking heeft op het werkelijk plaatsvinden
van het branden. Daarom wordt olie beschouwd als mav�ier. Voor wat
betreft andere mitswot geldt ook, dat als de mitswa is dat er vuur moet
branden, het voldoende is als er olie wordt toegevoegd aan een brandende
lamp, en aldus vervult men de mitswa. Maar als de mitswa is om een vuur aan
te steken, dat is het vanzelfsprekend dat olie toevoegen niet beschouwd
kan worden als aansteken. Wij kunnen dus het verschil begrijpen tussen de
mitswa van het aansteken van de
Menora en het aanste�ken van de Chanoeka-lichten. Betreffende de mitswa van
het aansteken van Menora werden Aharon en zijn zonen geboden dat de Menora
moest branden, en zoals Rambam al aanduidde [Hilchot
Temidiem Oemoesa�fiem 3:12]:
�En het aansteken van de lichten bestaat uit het ordenen van de lichten en
een licht waarvan hij ontdekte dat het niet uitgegaan was, dat regelt
hij.� Het lijkt er dus op dat er geen mitswa is van het werkelijk
aansteken, maar dat er een mitswa is voor de kohen om te zorgen dat
het brandt, hetzij door een lamp die is uit gegaan aan te steken, of door
iets te regelen aan de pit of door er nieuwe olie bij te voegen. Daarom, als
men olie toevoegt aan een brandende Menora is dat een mitswa. Aan de andere
kant, is ons geboden om Chanoeka-lampen aan te steken en het is
duidelijk dat olie toevoegen aan een brandende lamp niet be�schouwd kan
worden als aansteken [zie
ibid, dat hij het verklaart in overeenkomst met Rav Chaim van Brisk in Hil�chot
Biat Mikdasj hfdst. 9 en zie Tsofnat
Paneach, Hilchot Matnot �Aniïem 2:8 en Responsa Avnei
Nezer, O.Ch. 513, ot 4]. Het is interessant om op te merken dat er een sterke aanwijzing is voor deze mening � dat er geen mitswa bestaat om om de lampen in de Tempel werkelijk aan te steken � in de Targoem Jeroesjalmi, die iedere plaats waar het aansteken van lichten genoemd wordt met �het in orde brengen.� [Wij moeten er de nadruk op leggen dat volgens andere Risjoniem de mitswa van de Menora is dat deze iedere dag moet worden aangestoken, zie Chidoesjei Riz HaLevi op Rambam, Hilchot Temidiem Oemoesafiem, Responsa Binjan Sjlomo, 52; en Encyclopedia Talmudica, onder het hoofd Hadlakat HaNeirot].
N.B. Halachische discussies die hier gepresenteerd worden, zijn uitsluiten bedoeld om de gedachten en het leren te stimuleren en om achtergrondinformatie te verstrekken en zij moeten niet beschouwd worden als psak halacha. Halachot moet men leren onderleiding van een bevoegde Rav, dat is een Rabbijn die ook bevoegd is om een psak halacha te geven.
Bovenstaande teksten zijn woordelijke vertalingen van resp. Meorot Hadaf HaYomi en Weekly DAF Footnotes. De toelichtende en verklarende teksten tussen rechte haken [ ] (niet de bron� vermeldingen) zijn afkomstig
van de
vertaler. |