|
Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan
Ohr Somayach
Jevamot 57a
De Geleerde die terugkeerde
Toen R. Jochanan een vraag stelde aan zijn leraar Rabbi Osjaja,
kreeg hij geen antwoord. Maar toen Reesj Lakisj (Rabbi Sjim’on ben
Lakisj) aan dezelfde Geleerde een andere vraag stelde, kreeg hij
wel antwoord. Verbluft wegens de stilte die volgde op de eerste
vraag, vroeg Rabbi Jehoeda Hanasi aan Rabbi Osjaja:
„Is
Rabbi Jochanan niet voldoende groot om een antwoord te
verdienen?”
Hierop antwoordde Rabbi Osjaja dat de reden van zijn zwijgen was
dat er geen antwoord was op Rabbi Jochanans vraag.
Dit verhaal over de Tora-studie van Reesj Lakisj met Rabbi Osjaja,
de leraar van Rabbi Jochanan, wordt geciteerd door Tosafot
als steun voor de opinie van de Tosafist Rabbeinoe Tam (Bava
Metsia 84a), dat Reesj Lakisj reeds een Torageleerde was voor
zijn beroemde ontmoeting met R. Jochanan. Hij liet echter zijn
Tora-leven in de steek en werd een bendeleider. Door hem zijn
buitengewoon aantrekkelijke zuster als vrouw te beloven, slaagde
Rabbi Jochanan erin hem ervan te overtuigen terug te keren naar
zijn Torastudie, eerst als leerling en daarna als collega, die
vaak zijn halachische beslissingen betwistte.
Het incident dat in onze Gemara genoemd wordt, vond plaats in het
eerste fase van het kleurige leven van Reesj Lakisj, toen hij Tora
studeerde onder leiding van de leraar van Rabbi Jochanan. Het was
pas jaren later dat de ontmoeting met Rabbi Jochanan plaatsvond,
die de basis legde voor de glorieuze fase van een van de grootste
Talmoedgeleerden.
Jevamot 59a
Wie pleegde bigamie?
Een Kohen Gadol is ten gevolge van zijn heilige status,
ernstig beperkt in zijn keuze met wie hij mag trouwen. Een weduwe,
een niet-maagd en zelfs een maagdelijke bogeret (een meisje
tussen de 12 en 12½ jaar) zijn allemaal voor hem verboden, dit
behalve de gescheiden vrouwen en andere vrouwen die ook voor een
gewone
Kohen
verboden zijn.
Hij zit dat met bigamie? Mag een Kohen Gadol volgens
Tora-wet meer dan één vrouw hebben, zoals iedere andere Jood? (Het
verbod op polygamie werd ruim duizend jaar geleden bij rabbijns
decreet ingesteld.)
In traktaat Joma (13a) vinden we dat de Kohen Gadol niet
met twee vrouwen tegelijkerijd getrouwd mag zijn, wanneer hij de
dienst doet in het
Beet HaMikdasj
op Jom Kippoer.
„Hij
zal verzoening doen voor zichzelf en voor zijn huishouden” zegt de
Tora (Wajjikra 16:11), hetgeen inhoudt, wegens het gebruik
hier van het enkelvoud, dat hij slechts één vrouw mag hebben, niet
twee huishoudens. Hoewel dit lijkt beperkt te zijn tot Jom
Kippoer, bepaalt Rambam (Hilchot Issoeree Bia 17:3)
dat een Kohen Gadol nimmer met twee vrouwen tegelijkertijd
getrouwd mag zijn.
Ra’avad is het niet met deze uitbreiding eens, en zegt dat het
verbod was ingesteld om de situatie te voorkomen waarin de
Kohen Gadol het slachtoffer zou worden van een nachtelijke
zaadlozing ten gevolge van de gedachten aan zijn twee vrouwen,
waardoor hij ongeschikt zou worden om de Jom Kippoer-dienst uit te
voeren. Hoewel hij concludeert dat het zin heeft dat de Kohen
Gadol niet met twee vrouwen tegelijk trouwt, om te voorkomen
dat hij voor Jom Kippoer van een van hen moet scheiden, citeert
Ra’avad het volgende historische voorbeeld uit Tanach om zijn
bewering te staven:
Jehojada was de Kohen Gadol tijdens de regering van Koning
Joasj.
„En
Joasj deed wat goed was in de ogen van Hasjem, alle dagen van de
Kohen
Jehojada, en hij nam voor hem twee vrouwen en kreeg zonen en
dochters” (II Divree Hajamiem 24:2-3).
Betreffende de Talmoed-bron van een verbod op bigamie, wijst de
Maggid Misjne in zijn commentaar op Rambam erop dat het niet de
Gemara is die door de Ra’avad geciteerd wordt, maar onze Gemara,
die afleidt van het vers”
„Hij
zal alleen een maagd tot vrouw nemen” (Wajjikra 21:14), dat
hij slechts één vrouw mag hebben. Dit vereist een radicaal andere
interpretatie van onze Gemara dan die van Rasji, maar het voorziet
ons van een bron die niet beperkt is tot Jom Kippoer alleen. Maar
hoe zit dat met de bigamie van de rechtvaardige Kohen Gadol
Jehojada?
Rabbi Zwi Hirsch Chajot komt met een fascinerende oplossing voor
dit probleem, in naam van Rabbijn Zalman van Volotzin. In
tegenstelling tot Rasji’s verklaring, dat het Jehojada was die met
twee vrouwen huwde, verklaart Rambam dat Jehojada, die de mentor
van de koning was, die op zevenjarige leeftijd de troon besteeg,
Joasj liet trouwen met twee vrouwen en Joasj was geen
kohen.
Het historische voorbeeld is dus niet langer meer een probleem en
de beslissing van Rambam blijft geldig.
Jevamot 62a
Mosjé Rabbeinoe’s echtscheiding
Eén van de drie dingen die Mosjé Rabbeinoe deed op eigen
initiatief en die later gerechtvaardigd werden door G‑ddelijke
goedkeuring, was de scheiding van zijn vrouw nadat Israël de Tora
op Sinai gekregen had. Zijn beweegreden was dat als alle Joden
geboden waren om gedurende de drie dagen die aan de verkrijging
van Tora voorafgingen, te scheiden van hun vrouwen, ten einde
geestelijk rein te zijn voor die gedenk-waardige ontmoeting met
Hasjem, dan moest zijn scheiding een permanente zijn, daar hij
voortdurend werd opgeroepen op onverwachte tijden voor een
ontmoeting met Hasjem.
Tosafot wijst erop dat het bewijs van de Gemara, dat dit het
initiatief van Mosjé was, en niet een G-dde-lijk gebod, blijkt uit
het feit dat Aharon en Miriam kwaad werden op hun broer, toen zij
van de echtschei-ding vernamen en hier kritisch over spraken (Bamidbar
12:1-2). Wanneer deze scheiding door Hasjem geboden was geweest,
zouden zij zeker Mosjé’s gedrag niet hebben bekritiseerd.
Maar wanneer Aharon en Miriam op de hoogte waren van Mosjé’s
scheiding, dan waren zij ook op de hoogte van het feit dat toen
Hasjem al de Joden weer toestemming gaf hun familieleven te
herstellen na de ontvangst van Tora, Hij Zijn goedkeuring voor
Mosjé’s initiatief om langdurig te scheiden, uitdrukte met de
woorden (Dewariem 5:27-28):
„Maar
jij blijft bij Mij.” Waarom dan, vraag Tosafot, waren zij zo
ondersteboven van zijn initiatief, als het G-ddelijke goedkeuring
verkreeg?
Het antwoord, stelt Tosafot voor, is gelegen in de Talmoedische
verklaring dat de Hemel een mens bege-leid langs het pad dat hij
gekozen heeft om te volgen (Makkot 10b). De katalysator
voor G-ddelijke goed-keuring van Mosjé’s blijvende scheiding van
zijn vrouw was de keuze voor een niveau van reinheid, welke zijn
zuster bekritiseerde, omdat die boven de norm lag die van alle
Joden verwacht werd en omdat die ten koste van zijn vrouw was. De
G-ddelijke reactie op deze kritiek, die van Miriam was uitgegaan,
was de ziekte die beschreven wordt in het hierboven genoemde
Tora-hoofdstuk, dat dient als een ernstige les voor al de
toekomstige generaties om je tong in bedwang te houden.
Jevamot 62b
Lessen voor de rouw
Er is een rouwperiode tussen Pesach en Sjawoe’ot, wanneer de Joden
zich onthouden van trouwen en haarknippen. De bron hiervoor vinden
we in onze Gemara, dat gedurende deze periode er 24.000
leer-lingen van Rabbi Akiva stierven, de wereld uitgestorven
achterlatend.
Twee belangrijke lessen kan men leren van het verhaal van deze
tragische episode in de Joodse geschie-denis.
Eén is de verklaring van onze Geleerden voor de tragedie en de
ander is de reactie van Rabbi Akiva.
Zij stierven voortijdig, want, zo groot als zij waren, faalden zij
om elkaar het respect te tonen was zij ver-dienden. Hoewel een
dergelijke zware straf een uitdrukking is van de regel dat G-d
bijna perfectie vereist van de rechtvaardige, is er een boodschap
in opgesloten voor iedereen betreffende de belangrijkheid van het
tonen van respect voor een ander.
Ondanks dit grote verlies, gaf Rabbi Akiva niet op. Hij zocht vijf
veelbelovende Torageleerden in het zui-den van Erets Israël –
Rabbi Meïr, Rabbi Jehoeda, Rabbi Jossi, Rabbi Sjim’on en Rabbi
Elazar ben Sjamoea – en via hen bouwde hij in die periode de
wereld van Tora op.
Dit vindt misschien zijn weerklank in onze tijd, waar, na niet
alleen de fysieke, maar ook de spirituele holocaust in Europa, de
Tora-instituten in Israël en in heel de wereld weer bloeien. |