|
De
Wekelijkse Haftara
Door Reuben
Ebrahimoff
Parasjat
Beha’alotecha (Zecharja 2:14-4:7
Samenvatting:
De Haftara begint met de
voorspelling door Zecharja van de terugkeer van Hasjem in de
toekomst, naar Jeruzalem. Dan zullen de volken van de wereld zich
aansluiten bij die inzameling en dat meevieren. Het tweede deel van
de Haftara gaat over de beschuldiging en vrijspraak van Jehosjoea de
Kohen Gadol door het hemelse gerechtshof. Hij wordt beschermd tegen
de aanklachten van de Satan. De Haftara gaat dan verder met een
boodschap voor Jehosjoea de Kohen Gadol. Eerst wordt hij vermaand
omdat zijn kinderen getrouwd zijn met niet-Joodse vrouwen en daarna
wordt hem beloning in het vooruitzicht gesteld als hij Hasjems wegen
blijft volgen. Tot slot vertelt Zecharja over zijn visioen van de
Menora en de boodschap daaraan verbonden: „Niet door kracht en niet
door macht, maar door Mijn geest, zegt Hasjem-Tsewaot.”
Rasji verklaart: „Dit is een teken voor Zeroebawel, dat net zoals
deze olie van de Menora en de olijven, waaruit zij voortkomen, uit
zichzelf rijpen, zo zal jij Mijn huis niet bouwen met jouw eigen
kracht of met jouw eigen macht, maar Ik zal Mijn geest op Koning
Darius van Perzië leggen en hij zal je opdracht geven te bouwen en
alle bouwkosten te betalen van zijn schatkist.”
|