|
MISJNA VAN DE WEEK TRAKTAAT ROSJ HASJANA Misjna 1:1 àÇøÀáÌÈòÈä øÈàùÑÅé ùÑÈðÄéí äÅí. áÌÀàÆçÈã áÌÀðÄéñÈï øÉàùÑ äÇùÌÑÈðÈä ìÇîÌÀìÈëÄéí åÀìÈøÀâÈìÄéí. áÌÀàÆçÈã áÌÆàÁìåÌì øÉàùÑ äÇùÌÑÈðÈä ìÀîÇòÀùÒÇø áÌÀäÅîÈä. øÇáÌÄé àÆìÀòÈæÈø åÀøÇáÌÄé ùÑÄîÀòåÉï àåÉîÀøÄéí, áÌÀàÆçÈã áÌÀúÄùÑÀøÅé. áÌÀàÆçÈã áÌÀúÄùÑÀøÅé øÉàùÑ äÇùÌÑÈðÈä ìÇùÌÑÈðÄéí åÀìÇùÌÑÀîÄèÌÄéï åÀìÇéÌåÉáÀìåÉú, ìÇðÌÀèÄéÌòÈä åÀìÇéÀøÈ÷åÉú. áÌÀàÆçÈã áÌÄùÑÀáÈè, øÉàùÑ äÇùÌÑÈðÈä ìÈàÄéìÈï, ëÌÀãÄáÀøÅé áÅéú ùÑÇîÌÇàé. áÌÅéú äÄìÌÅì àåÉîÀøÄéí, áÌÇçÂîÄùÌÑÈä òÈùÒÈø áÌåÉ: Er zijn vier nieuwjaarsdagen: Op de eerste Niesan is het nieuwjaar voor de [berekening van de regeringsjaren van Joodse] koningen en voor de [vaststelling van de] feestdagen. Op de eerste Eloel is het nieuwjaar voor het vertienden van dieren. Rabbi Elazar en Rabbi Sjim’on zeggen: [dat is] op de eerste Tisjrei. De eerste Tisjrei is het nieuwjaar voor de [berekening van de ] jaren, voor de Sjabbat-jaren en voor de Joveel-jaren, voor het planten [van bomen] en voor groente. Op de eerste Sjevat is het nieuwjaar voor de bomen, volgens Beit Sjammai. Beit Hillel zegt: op de vijftiende daarvan [van die maand]. Aantekeningen bij Misjna 1:1 Er zijn vier nieuwjaarsdagen – Elk van deze vier dagen is het begin van het nieuwe jaar voor een bepaalde halachische aangelegenheid. Op de eerste Niesan – De volgorde van de datums in onze misjna (Niesan, Eloel, Tisjrei en Sjevat) volgt de regeling dat de maanden vanaf Niesan geteld worden (Gemara 7a). Op de eerste Niesan is het nieuwjaar van de koningen – Wanneer een koning de troon besteeg op enige dag van het jaar, dan zeggen we dat zijn eerste regeringsjaar einigt op de laatste dag van Adar (de laatste maand vóór Niesan) van het jaar van zijn troonsbestijging. Zijn tweede regeringsjaar begint de volgende dag, op de eerste Niesan, en zijn derde jaar begint op de eerste Niesan dat daarop volgt, enz. Dus zijn eerste regeringsjaar is meestal maar een gedeelte van het jaar. Officiële documenten, zoals huwelijks- en verkoopcontracten, e.d. werden vroeger gedateerd met de datum van het zoveelste jaar van de regerende monarch, bijvoorbeeld: „18 Niesan van het derde regeringsjaar van Koning X.” En voor de [vaststelling van de] feestdagen – Het betreft hier met name Pesach, Sjavoe’ot en Soekot. Pesach, dat op 15 Niesan valt, wordt de eerste feestdag van het jaar beschouwd, Sjavoet, dat op 6 Sivan valt, is de tweede feestdag en Soekot (15 Tisjrei) is de derde feestdag. Deze volgorde is van belang voor de vervulling van eden en beloften, waaraan men voldaan moet hebben voordat deze drie feestdagen in deze volgorde voorbij zijn. Dus wie een gelofte doet vlak voor Pesach, moet daaraan voldaan hebben voor het eind van Soekot, d.w.z. binnen zeven maanden. Maar wie de belofte gedaan heeft tussen Pesach en Sjavoe’ot, heeft de tijd tot de drie feesten in volgorde voorbij zijn, dus tot Soekot van het volgende jaar. Op de eerste Eloel is het nieuwjaar voor het vertienden van dieren – De Tora (Wajjikra 27:32) eist dat men ieder tiende dier van de in een bepaald jaar geboren runderen, schapen of geiten, opzij zet en heiligt als een offer voor G-d. De Talmoed (Bechorot 53b) leidt uit Tora af dat een dier dat in het ene jaar geboren werd, niet samen geteld kan worden met dieren die in een ander jaar geboren zijn voor deze vertiending. De dieren die geteld worden om vertiend te worden, moeten dus allen in hetzelfde jaar geboren zijn. Dat jaar, zegt onze misjna, loopt van de eerste Eloel tot de eerste Eloel van het volgende jaar. Rabbi Elazar en Rabbi Sjim’on zeggen: [dat is] op de eerste Tisjrei – R. Elazar en R. Sjim’on zijn het niet eens met de eerste mening, die van Rabbi Meïer is. Volgens hun loopt het jaar voor de vertiending van dieren van 1 Tisjrei tot 1 Tisjrei het volgende jaar. Er is een meningsverschil onder de halachische autoriteiten over hoe de halacha is. De eerste Tisjrei is het nieuwjaar voor de [berekening van de] jaren – Dit geldt voor de berekening van de regeringsjaren van niet-Joodse koningen. Rambam schrijft dat dit ook betekent het begin van de jaarrekening vanaf de schepping van de wereld., hetgeen gebeurde op de eerste Tisjrei. Volgens R. Nachman bar Jitschak is de eerste Tisjrei het nieuw jaar, wanneer G-d rechtspreekt over de hele mensheid voor het komende jaar. Dus de eerste dag van het 5771e jaar gerekend vanaf de Schepping van de wereld, is op 1 Tisjrei. Voor de Sjabbat-jaren – Het Sjabbat-jaar of Sjemitta-jaar begint op de eerste Tisjrei. Het is steeds het zevende jaar van een steeds terugkerende zevenjarige cyclus. Het is dan door Tora verboden om dat jaar de planten, te zaaien, of het veld om te ploegen. En de Joveel-jaren – Wajjikra 25:8-10 gebiedt het Beit Din om zeven cyclussen van zeven jaren te tellen en om het vijftigste jaar als een Joveel-jaar uit te roepen, waarin de wetten van het Sjemitta-jaar gelden en waarin Joodse slaven worden vrijgelaten. Voor het planten van bomen – In Wajjikra (19:23-24) verklaart Tora dat als men een boom plant, men daar de eerste drie jaar niet de vruchten van mag eten. Het fruit van deze eerste drie jaar wordt „orla” genoemd – letterlijk: afgesloten. Het fruit dat in het vierde jaar groeit, heet revaï – vier-jaar-oud – en moet naar Jeruzalem gebracht worden en daar gegeten worden. De drie, resp. vier jaar worden gerekend vanaf 1 Tisjrei. Wanneer men een boom 45 dagen of meer voor 1 Tisjrei geplant heeft, dan is het eerste jaar van de planting voor die boom op 1 Tisjrei voorbij en begint het tweede jaar. Deze 45 dagen zijn samengesteld uit veertien dagen om wortel te schieten en nog eens 30 dagen om als een heel jaar geteld te kunnen worden. En voor groente – Ieder jaar (behalve het 7ejaar) moet men een deel van zijn product (Troema) aan een Kohen geven en van de rest moet men een tiende (maäser risjon) aan een Leviet geven. Van wat er dan nog overblijft, moet men in het 1e, 2e, 4e en 5e jaar van de zevenjarige cyclus een tiende naar Jeruzalem brengen (maäser sjeni) en daar opeten en in het 3e en 6e jaar moet hij dat aan de armen geven (maäser ani). Men mag niet het product van het ene jaar combineren methet product van het volgende jaar voor dit vertienden. Onze misjna vertelt ons wanneer het jaar voor dit doel begint. Op de eerste Sjevat is het nieuwjaar voor de bomen, volgens Beit Sjammai – Dit geldt voor het vertienden van de boomvruchten. Bomen die beginnen te bloeien vóór de eerste Sjevat kunnen niet gecombineerd worden met bomen die begonnen te bloeien na de eerste Sjevat. Alles wat hierboven gezegd werd voor groente, geldt ook voor boomvruchten, met het verschil dat het jaar voor boomvruchten volgens Beit Sjammai begint op de eerste Sjevat. Beit Sjammai zegt: op de vijftiende daarvan – Beit Sjammai zegt dat het voorafgaande begint te tellen op de 15e Sjevat in plaats van op de eerste Sjevat. De halacha volgt Beit Hillel.
|
|