Archief Mo'eed Katan

Aanmelden

 maandag 19 maart 2007

 20 Adar 5767

Aan de orde van de daf

De voornaamste onderwerpen van Traktaat Mo'eed Katan 9

Door Zwi Goldberg

vorige daf

volgende daf

De inwijding van het Beit HaMikdasj van Sjlomo

(a) De Gemara vraagt: Hoe weten we dat men geen vreugde met vreugde mag vermengen?

De Gemara antwoordt: Dat leren we van het inwijdingsfeest voor het Beit HaMikdasj, dat een week voor het Soekot-feest begon. Want anders had Koning Sjlomo daarmee wel gewacht tot het Soekot-feest en dan had men zeven dagen lang dubbel feest gehad, in plaats van nu 14 dagen, namelijk zeven dagen voor de inwijding en nog eens zeven dagen Soekot.

(b) In de zeven dagen vóór Soekot, gedurende welke dagen de inwijdingsfestifiteiten plaats vonden, viel ook Jom Kippoer, dat dus dat jaar niet gevierd werd. In eerste instantie dacht men dat dit in orde was op grond van de volgende kal wechomer redenering: Bij de inwijding van het Misjkan in de woestijn brachten de vorsten hun offers op Sjabbat (zoals de Gemara verderop zal aantonen). Om drie redenen was dat een ernstigere overtreding dan de viering van de inwijding van de Tempel op Jom Kippoer:

Ten eerste was het Misjkan slechts tijdelijk, want alleen in de woestijn waren de privé-altaars verboden, maar toen het Misjkan in Erets Jisraël stond, waren die toegestaan. Echter sedert de bouw van het Beit HaMikdasj werden privé-altaren voor altijd verboden. Dus de inwijding van de Tempel had zwaarder gewicht dan de inwijding van het Misjkan.

Ten tweede is de straf op het brengen van privé-offers op Sjabbat steniging, maar op Jom Kippooer slechts kareet, een lichtere straf.

En ten derde waren de offers voor de inwijding van het Misjkan privé-offers en de offers bij de inwijding van de Tempel van Sjlomo gemeenschapsoffers.

Naderhand bedacht men dat de kal wechomer misschien niet geldig was, omdat de offers bij de inwijding van het Misjkan door Hasjem geboden waren, terwijl dat niet het geval was met de offers die gebracht werden bij de inwij­ding van het Beit HaMikdasj, zodat een en ander niet met elkaar te vergelijken was.

Maar een Bat Kol – een soort stem uit de Hemel – vertelde hen dat het in orde was.

(c) Tijdens de inwijdingsceremonie van het Beit HaMikdasj maakte Hasjem het duidelijk dat Hij David al diens zonden vergeven had, zoals blijkt uit het volgende:

Toen Sjlomo de Heilige Ark de Tempel wilde binnenbrengen, bleven de deuren van het Heiligdom op mysterieuze wijze hermetisch gesloten. Sjlomo citeerde 24 gebeden [zie I Koningen 8], maar de deuren bleven gesloten. Hij reciteerde vervolgens het volgende vers [Psalmen 24:7]: „O poorten, hef uw hoofden op.” Maar de poorten bleven gesloten. Daarop hief Sjlomo aan: Hasjem, G-d, wend Uw gezicht niet af van Uw gezalfde. Gedenkt de goede daden van David, Uw dienaar” [II Kronieken 6:42] en prompt openden zich de deuren van het Heiligdom. Het was duidelijk dat Hasjem David vergeven had wat hij misdaan had met Batshewa.

Studenten die tweemaal afscheid nemen van hun leraar

De Gemara vertelt hoe R. Jonatan ben Asmai en R. Jehoeda ben Geriem, studenten van Rabbi Sjim’on bar Jochai, tweemaal van hem afscheid namen, eenmaal ’s avonds, toen zij van plan waren de stad te verlaten en eenmaal de volgende ochtend, nadat zij die nacht toch in de stad waren gebleven en zij die ochtend wilden vertrekken. Dat zij tweemaal moesten afscheid nemen leerden zij van het volk dat tweemaal afscheid nam van Sjlomo. Er staat namelijk geschreven [I Koningen 8:66] dat Sjlomo op de achtste dag [van Soekot] het volk naar huis stuurde [dat was dus de 22e Tisjri] en er staat ook geschreven [II Kronieken 7:10]: Op de 23e dag van de 7e maand zond hij het volk weg.” Dus nadat zij overnacht hadden, namen zij nogmaals afscheid.

R. Sjim’on was van hun redenering onder de indruk en stuurde zijn zoon naar hen toe om door hen gezegend te worden. Zijn zoon trof hen aan, terwijl zij bezig waren twee psoekiem te analyseren, waarbij zij tot de volgende conclu­sie kwamen: als iemand de keuze heeft uit twee mitswot, dan moet hij de belangrijkste van de twee kiezen, wanneer hij de minder belangrijke door een ander kan laten doen. Maar wanneer dit laatste niet mogelijk is, moet men de eerste mitswa die zich voordoet, uitvoeren en die mitswa niet overslaan, om een grotere mitswa te doen.  

Daf 9b

De beide studenten gaven de zoon van R. Sjim’on wat klonk als een vloek, maar R. Sjim’on legde hem uit, dat het in werkelijkheid een zegen was.

R. Sjim’on ben Chalafta stuurde zijn zoon naar Rav voor een zegen. Rav zei: Moge het zijn dat je nimmer anderen zult beschamen en dat je nooit door anderen beschaamd zult worden.

Over make up op Chol HaMo’eed

(a) De Misjna zegt dat een vrouw haar make up mag gebruiken op Chol HaMo’eed. Een Baraita legt uit dat dit slaat op het aanbrengen van oogschaduw, het opmaken van haar haar, het aanbrengen van rouge en volgens sommigen mag zij zich van onderen” scheren.

(b) Rav Hoena bar Chinana zei dat dit alleen geldt voor jonge meisjes, maar niet voor een oudere vrouw.

Rav Chisda antwoordde dat dit voor alle vrouwen geldt, zelfs al is zij heel erg oud, want alle vrouwen gedragen zich wat dit betreft als jonge meisjes.

 

Een kalkmasker

In de Misjna verbiedt R. Jehoeda het gebruiik van een kalkmasker op Chol HaMo’eed, omdat dit de vrouw tijdelijk lelijk maakt, hetgeen haar op Chol HaMo’eed verdrietig maakt.

Een Baraita zegt echter dat R. Jehoeda gezegd heeft dat wanneer zij het masker er tijdens Chol HaMo’eed kan afpellen, het is toegestaan, want weliswaar bezorgt het masker haar tijdelijk verdriet, naderhand wordt ze er mooier van en dat maakt haar blij.

Vraag: De Baraita lijkt strijdig met een andere Misjna [Awoda Zara 2a] waar staat dat de Geleerden het verbieden om een betaling van schuld van een afgodendienaar op diens feestdag aan te nemen, omdat de betaling hem weliswaar misschien op het moment van betaling pijn doet, maar naderhand zal het hem verblijden dat hij van de schuldenlast is verlost en dan zal hij zijn afgoden daarvoor danken [en wij willen hem niet stimuleren om zijn afgoden te aanbidden]. Maar R. Jehoeda staat het toe.

R. Nachman bar Jitschak verklaart: Chol HaMo’eed is anders: alles wat men aan voorbereiding voor de feestdag doet  gecdurende Chol HaMo’eed is een last, die vreugde brengt in de toekomst.

Rawina geeft een andere verklaring: R. Jehoeda gelooft niet dat het de heiden later blij maakt dat hij van zijn schuldenlast af is, hij is triest dat hij betalen moet en blijft triest.

Verschillende ontharingsmethoden

De Gemara noemt verschillende methoden voor ontharing, die door verschillende inkomensgroepen gebruikt worden: arme mensen gebruiken kalk, rijke mensen fijn meel en koningsdochters gebruiken moor-olie, zoals beschreven staat in Ester 2:12.

De Gemara probeert vervolgens te verklaren wat moor-olie is. [Het wordt doorgaans vertaald met mirre-olie.]

Rav Biwie smeerde zijn dochter met kalk in, maar steeds één lichaamsdeel tegelijk. Zij werd daar zo mooi van dat hij haar kon uithuwelijken voor 400 zoez. Een heiden in Rav Biwie’s dorp hoorde van Rav Biwie’s succes. Hij wilde hetzelfde doen met zijn dochter, maar hij smeerde haar hele lichaam tegelijk in en het arme kind stierf ten gevolge daarvan. Hij beschudligde Rav Biwie van de dood van zijn dochter.

Rav Nachman zei: in het huis van Rav Biwie wordt bier gedronken en daarom moest hij zijn dochter met kalk insmeren [want bier bevordert de haargroei (Rasji)].