|
De
inwijding van het Beit HaMikdasj van Sjlomo
(a) De Gemara vraagt:
Hoe weten we dat men geen vreugde met vreugde mag vermengen?
De Gemara antwoordt:
Dat leren we
van het inwijdingsfeest voor het Beit HaMikdasj, dat een week voor
het Soekot-feest begon. Want anders had Koning Sjlomo daarmee wel
gewacht tot het Soekot-feest en dan had men zeven dagen lang dubbel
feest gehad, in plaats van nu 14 dagen, namelijk zeven dagen voor de
inwijding en nog eens zeven dagen Soekot.
(b)
In de
zeven dagen
vóór Soekot, gedurende welke dagen de inwijdingsfestifiteiten plaats
vonden, viel ook Jom Kippoer, dat dus dat jaar niet gevierd werd. In
eerste instantie dacht men dat dit in orde was op grond van de
volgende kal wechomer redenering: Bij de inwijding van het
Misjkan in de woestijn brachten de vorsten hun offers op Sjabbat
(zoals de Gemara verderop zal aantonen). Om drie redenen was dat een
ernstigere overtreding dan de viering van de inwijding van de Tempel
op Jom Kippoer:
Ten eerste
was het Misjkan slechts tijdelijk, want alleen in de woestijn waren
de privé-altaars verboden, maar toen het Misjkan in Erets Jisraël
stond, waren die toegestaan. Echter sedert de bouw van het Beit
HaMikdasj werden privé-altaren voor altijd verboden. Dus de
inwijding van de Tempel had zwaarder gewicht dan de inwijding van
het Misjkan.
Ten tweede
is de straf op het brengen van privé-offers op Sjabbat steniging,
maar op Jom Kippooer slechts kareet, een lichtere straf.
En
ten derde
waren de offers voor de inwijding van het Misjkan privé-offers en de
offers bij de inwijding van de Tempel van Sjlomo gemeenschapsoffers.
Naderhand bedacht men dat
de kal wechomer misschien niet geldig was, omdat de offers
bij de inwijding van het Misjkan door Hasjem geboden waren, terwijl
dat niet het geval was met de offers die gebracht werden bij de
inwijding van het Beit HaMikdasj, zodat een en ander niet met
elkaar te vergelijken was.
Maar een Bat Kol –
een soort stem uit de Hemel – vertelde hen dat het in orde was.
(c)
Tijdens de
inwijdingsceremonie van het Beit HaMikdasj maakte Hasjem het
duidelijk dat Hij David al diens zonden vergeven had, zoals blijkt
uit het volgende:
Toen Sjlomo de Heilige Ark
de Tempel wilde binnenbrengen, bleven de deuren van het Heiligdom op
mysterieuze wijze hermetisch gesloten. Sjlomo citeerde 24 gebeden
[zie I Koningen 8], maar de deuren bleven gesloten. Hij reciteerde
vervolgens het volgende vers [Psalmen 24:7]: „O poorten, hef uw
hoofden op.” Maar de poorten bleven gesloten. Daarop hief Sjlomo
aan:
„Hasjem,
G-d, wend Uw gezicht niet af van Uw gezalfde. Gedenkt de goede daden
van David, Uw dienaar” [II Kronieken 6:42] en prompt openden zich de
deuren van het Heiligdom. Het was duidelijk dat Hasjem David
vergeven had wat hij misdaan had met Batshewa.
Studenten die tweemaal afscheid nemen van hun leraar
De Gemara vertelt hoe R.
Jonatan ben Asmai en R. Jehoeda ben Geriem, studenten van Rabbi
Sjim’on bar Jochai, tweemaal van hem afscheid namen, eenmaal ’s
avonds, toen zij van plan waren de stad te verlaten en eenmaal de
volgende ochtend, nadat zij die nacht toch in de stad waren gebleven
en zij die ochtend wilden vertrekken. Dat zij tweemaal moesten
afscheid nemen leerden zij van het volk dat tweemaal afscheid nam
van Sjlomo. Er staat namelijk geschreven [I Koningen 8:66] dat
Sjlomo op de achtste dag [van Soekot] het volk naar huis stuurde
[dat was dus de 22e Tisjri] en er staat ook geschreven [II Kronieken
7:10]:
„Op
de 23e dag van de 7e maand zond hij het volk weg.” Dus nadat zij
overnacht hadden, namen zij nogmaals afscheid.
R. Sjim’on was van hun
redenering onder de indruk en stuurde zijn zoon naar hen toe om door
hen gezegend te worden. Zijn zoon trof hen aan, terwijl zij bezig
waren twee psoekiem te analyseren, waarbij zij tot de volgende
conclusie kwamen: als iemand de keuze heeft uit twee mitswot, dan
moet hij de belangrijkste van de twee kiezen, wanneer hij de minder
belangrijke door een ander kan laten doen. Maar wanneer dit laatste
niet mogelijk is, moet men de eerste mitswa die zich voordoet,
uitvoeren en die mitswa niet overslaan, om een grotere mitswa te
doen.
Daf 9b
De beide studenten gaven
de zoon van R. Sjim’on wat klonk als een vloek, maar R. Sjim’on
legde hem uit, dat het in werkelijkheid een zegen was.
R. Sjim’on ben Chalafta
stuurde zijn zoon naar Rav voor een zegen. Rav zei: Moge het zijn
dat je nimmer anderen zult beschamen en dat je nooit door anderen
beschaamd zult worden.
Over make up op Chol HaMo’eed
(a)
De Misjna zegt dat een
vrouw haar make up mag gebruiken op Chol HaMo’eed. Een Baraita legt
uit dat dit slaat op het aanbrengen van oogschaduw, het opmaken van
haar haar, het aanbrengen van rouge en volgens sommigen mag zij zich
„van
onderen” scheren.
(b)
Rav Hoena bar Chinana zei
dat dit alleen geldt voor jonge meisjes, maar niet voor een oudere
vrouw.
Rav Chisda antwoordde dat
dit voor alle vrouwen geldt, zelfs al is zij heel erg oud, want alle
vrouwen gedragen zich wat dit betreft als jonge meisjes.
Een kalkmasker
In de Misjna verbiedt R.
Jehoeda het gebruiik van een kalkmasker op Chol HaMo’eed, omdat dit
de vrouw tijdelijk lelijk maakt, hetgeen haar op Chol HaMo’eed
verdrietig maakt.
Een Baraita zegt echter
dat R. Jehoeda gezegd heeft dat wanneer zij het masker er tijdens
Chol HaMo’eed kan afpellen, het is toegestaan, want weliswaar
bezorgt het masker haar tijdelijk verdriet, naderhand wordt ze er
mooier van en dat maakt haar blij.
Vraag:
De Baraita lijkt strijdig met een andere Misjna [Awoda Zara 2a] waar
staat dat de Geleerden het verbieden om een betaling van schuld van
een afgodendienaar op diens feestdag aan te nemen, omdat de betaling
hem weliswaar misschien op het moment van betaling pijn doet, maar
naderhand zal het hem verblijden dat hij van de schuldenlast is
verlost en dan zal hij zijn afgoden daarvoor danken [en wij willen
hem niet stimuleren om zijn afgoden te aanbidden]. Maar R. Jehoeda
staat het toe.
R. Nachman bar Jitschak
verklaart: Chol
HaMo’eed is anders: alles wat men aan voorbereiding voor de feestdag
doet gecdurende Chol HaMo’eed is een last, die vreugde brengt in de
toekomst.
Rawina
geeft een andere
verklaring: R. Jehoeda gelooft niet dat het de heiden later blij
maakt dat hij van zijn schuldenlast af is, hij is triest dat hij
betalen moet en blijft triest.
Verschillende ontharingsmethoden
De Gemara noemt
verschillende methoden voor ontharing, die door verschillende
inkomensgroepen gebruikt worden: arme mensen gebruiken kalk, rijke
mensen fijn meel en koningsdochters gebruiken moor-olie,
zoals beschreven staat in Ester 2:12.
De Gemara probeert
vervolgens te verklaren wat moor-olie is. [Het wordt
doorgaans vertaald met mirre-olie.]
Rav Biwie smeerde zijn
dochter met kalk in, maar steeds één lichaamsdeel tegelijk. Zij werd
daar zo mooi van dat hij haar kon uithuwelijken voor 400 zoez.
Een heiden in Rav Biwie’s dorp hoorde van Rav Biwie’s succes. Hij
wilde hetzelfde doen met zijn dochter, maar hij smeerde haar hele
lichaam tegelijk in en het arme kind stierf ten gevolge daarvan. Hij
beschudligde Rav Biwie van de dood van zijn dochter.
Rav Nachman zei: in het
huis van Rav Biwie wordt bier gedronken en daarom moest hij zijn
dochter met kalk insmeren [want bier bevordert de haargroei (Rasji)].
|