SJABBAT SJALOM
Sjabbat
Weekblad voor Nederland
|
Jaargang VI,
Nr. 205 |
Parasjat Wajjechi |
16 Tewet 5767 5/6 januari 2007 |
|
Overzicht Wajechi
Door Ohr Somayach in Jeruzalem,
Israël ©1998 Ohr Somayach International - Alle rechten
voorbehouden Hoogtepunten
van Haftara Wajjechi (I Koningen 2: 1-12) Samenvatting van de
Haftara: Op zijn doodsbed geeft Koning David, die toen 70 jaar
was, zijn zoon Sjlomo [Salomo], die toen 12 jaar oud was, opdracht om zich
aan Tora te houden. Vervolgens geeft Koning David Sjlomo opdracht om Joav, de
opperbevelhebber van Davids leger en diens vertrouweling, te doden omdat Joav
Koning David verraden heeft door Davids oudste nog levende zoon Adoniahoe te
steunen om de volgende koning te worden. Daarna geeft David zijn zoon
opdracht om de zonen van Barzilai te steunen, die een aanhanger van Koning
David was. Daarna geeft David Sjlomo opdracht om Sjimi ben Gaira te doden,
die David gevloekt heeft, nadat Avsjalom, Davids zoon, hem gedwongen had
Jeruzalem te verlaten. Koning David overlijdt en Sjlomo volgt hem op
als koning over Israël. Sjlomo vervult de laatste wensen van zijn vader. Het verband met de
Parasja In het begin van parasjat Wajjechi roept Ja’akov
Awinoe zijn zonen bijeen op zijn doodsbed, om hen zijn laatste instructies te
geven. Zo heeft ook de Haftara het over de adviezen die Koning David zijn
zoon Sjlomo geeft voor zijn dood. Achtergrond Koning Sjlomo regeerde over Israël in een tijd,
waarvan sommigen zeggen dat het de bloeitijd van Israël was. Het Volk
Israël leefde in het Land Israël. Jeruzalem was de hoofdstad. Op de
Zionberg stond het Beit Hamikdasj – de Tempel. Ons volk bestond uit
600.000 volwassen mannen met hun gezinnen. Zij hadden de kracht van de profetie
verworven en konden met zekerheid de toekomst voorspellen. Men hield zich aan
alle 613 mitswot, de Kohen Gadol was het hoofd van de dienst in het Heiligdom
op de heiligste dag van het jaar, Jom Kippoer. Joden van over het hele Land
Israël kwamen met de Sjalosj Regaliem – de drie pelgrimsfeesten,
Pesach, Sjawoe’ot en Soekot – naar Jeruzalem, driemaal per jaar. Er was
eenheid onder het volk in de tijd van Koning Sjlomo. Inzicht in de parasja Altijd dankbaar Uit de werken van HaRav Aryeh Carmell, zt”l „Toen de dagen van Israël genaderd waren om te sterven…” (Ber.
47:29). Ja’akov voelde dat
zijn einde naderde en liet Joséf bij zich roepen, om de laatste dingen
te regelen. Hoe wist Ja’akov dat hij op het punt stond om te sterven? De Ohr Hachaim
Hakadosj citeert de Arizal, die zegt dat aan het eind van iedere dag het deel
van iemands nesjama dat zijn taak volbracht heeft, opstijgt naar de
bovenwereld. De Ohr Hachaim voegt daaraan toe dat voordat een tsaddiek
deze wereld verlaat, al deze delen van zijn nesjama tot hem
terugkeren. Het is deze binnenstroming van nesjama voor de dood waar
het vers in Tehilliem (104:29) op zinspeelt: „U vergroot hun geest en
zij sterven.” Daarom kunnen de
woorden: „de dagen van Israël naderden” letterlijk worden opgevat en ze betekenen
dat alle dagen van zijn leven, die zo goed besteed waren, nu tot hem
terugkwamen. Hij zag als in een visioen zijn hele leven voor zich voorbij
trekken en hij realiseerde zich dat het een succes was. Hij had zijn opdracht
volvoerd om een familie van tsaddikiem op te bouwen die zich zou
ontwikkelen in Klal Jisraël. Onze Geleerden z”l
vertellen ons dat Hakadosj Baroech Hoe de tsaddikiem rust geeft
aan het eind van hun leven (Jalkoet Sjimonie aan het eind van Melachiem),
zodat de tsaddiek hakarat hatov – dankbaarheid voor Hasjem –
kan voelen, dat Die hem in staat gesteld heeft zoveel te bereiken. Het leven van een tsaddiek,
en in feite van ieder die Hasjem dient, gaat door verschillende cyclussen;
soms gaan de dingen goed en soms is er
tegenspoed en strijd. Wanneer het moeilkijk gaat, bestaat de awoda hieruit,
dat men zal erkennen dat alles wat Hasjem doet, ten goede is, ook al zien wij
nu niet in wat dat goede dan wel is. Iemand groeit enorm in emoena
[vertrouwen] en bitachon [zekerheid] als hij zijn geloof onder
dergelijke omstandigheden niet verliest. Het is echter moeilijk om aan de hakara
hatov te werken, wanneer alles je lijkt tegen te zitten. Rav Dessler zt”l
legt uit dat een hoog ontwikkeld gevoel van dankbaarheid een vitaal ingrediënt
is van het genoegen dat een tsaddiek ervaart in de Olam Haba.
Wie ondankbaar is, apprecieerd de goedheid die hij ontvangt niet. Alleen wie
altijd dankbaar is voor alles wat hij krijgt, zal een steeds groeiende
herkenning ervaren van Hasjems
goedheid en die zal zich in een Gan Eden verheugen, waarvan het genoegen
oneindig is. (Zie Strive for Truth! deel 3, blz. 191 voor een diepere
analyse van dit begrip.) Hakadosj Baroech Hoe geeft daarom vaak
nachat aan een tsaddiek aan het eind van diens leven en staat
hem toe om plezier te hebben van zijn successen, zodat hij de gelegenheid
krijgt om zijn gevoel van dankbaarheid verder te ontwikkelen, want dat is een
onontbeerlijke eigenschap voor een volledig genieten van Gan Eden. Misjna van de
week − Berachot Hoofdstuk 1 Misjna 1:6 Men gedenkt de uittocht uit Egypte ’s avonds1, Rabbi Eliëzer ben Azarja heeft gezegd: Zie, ik ben als iemand van zeventig jaar2, maar ik ben er nog niet in geslaagd3 om te zeggen dat de uittocht uit Egypte ’s avonds gezegd moet worden. Totdat Ben Zoma dat verklaard heeft. Er is gezegd: „Gedenk de uittocht uit Egypte al de dagen van je leven”. ‘De dagen van je leven’, dat is overdag, ‘Al de dagen van je leven’, dat zijn de nachten [inbegrepen]. Maar de geleerden zeggen: „‘de dagen van je leven’, dat is in deze wereld. ‘Al de dagen van je leven’ dat slaat op de wereld van de Masjiach4.
1. De afdeling van Sjema die gaat over de tsietsiet
wordt ook ’s avonds gelezen. En ook al is de avond niet de juiste tijd om het
voorschrift van de tsietsiet uit te
voeren, want er staat geschreven: „En je zult ze [de tsietsiet] zien,” hetgeen kleren die ’s avonds gedragen worden,
uitsluit, zeggen wij toch deze derde afdeling tijdens het avond-Sjema wegens de uittocht uit Egypte
die erin genoemd wordt (RAV). [ Dus het
voorschrift om tsietsiet te dragen
geldt alleen overdag.] 2. Ik
lijk op iemand van zeventig jaar oud: Hij was geen oude man, maar zijn
haren waren wit geworden op de dag dat hij tot president van het Sanhedrin
benoemd werd, zodat het zou lijken, dat hij oud en daardoor geschikt zou zijn
voor het presidentschap en op diezelfde dag legde Ben Zoma de passage van
Tora uit (RAV). [Rabbi Eliëzer
ben Azarja was toen pas 18 jaar.] 3. Maar
ik ben er nog niet in geslaagd: D.w.z. ik ben er tot nu toe niet in
geslaagd de andere geleerden van mijn argumenten te overtuigen. En zo ook in
de Talmoed [Nidda 38b] betekent het hetzelfde: Met dit [antwoord] overtuigde
Rabbi Eliëzer de geleerden. (RAV) 4. De geleerden zijn het niet eens met Rabbi Elazar en Ben Zoma eens.
Zij menen dat de uittocht uit Egypte niet ’s avonds herdacht hoeft te worden.
Zij zeggen dat de betekenis van „alle
dagen” is dat wij ook in de tijd van de Masjiach de uittocht uit Egypte
zullen moeten gedenken. Uit de wekelijkse daf van de Talmoed Rosj Hasjana 26b Klaar voor de rit „Werp je jichov
op Hasjem en Hij zal je onderhouden,” zegt David HaMelech in Tehilliem
55:23. Een ongewoon woord, jihov en de betekenis daarvan ontging de
Rabbijnen lange tijd. Totdat op een dag de Geleerde Rabba bar Bar Chana samen
met een koopman reisde, die een kameel leidde met koopwaar op zijn rug. De
koopman zag de Geleerde worstelen met zijn eigen bagage en zei: „ Neem je jihov
en leg het op mijn kameel.” Het werd toen duidelijk dat David HaMelech ons
adviseerde de last van onze behoeften op Hasjems „wagen” te leggen. Het verhaal wordt
verteld van iemand die worstelde met zijn zware bagage op een buitenweg, toen
een wagen langs kwam en de wagenvoerder hem een lift aanbood. Hij accepteerde
dat blij, maar hield zijn bagage in zijn hand. De verbaasde wagenvoerder
vroeg hem waarom hij zijn bagage niet op de vloer van de wagen zette. Onze
reiziger antwoordde dat hij al erg dankbaar was voor de lift, waardoor hem de
moeite van het lopen gespaard werd, maar dat hij zijn edelmoedige gastheer niet
nog verder tot last wilde zijn, door ook nog zijn bagage op de vloer te
zetten. Wij reageren op
Hasjem op dezelfde dwaze manier. We zijn volkomen afhankelijk van Zijn
goedheid voor wat betreft ons leven, gezondheid en al de fundamentele
benodigdheden van het bestaan. Maar wanneer het gaat om de bagage, zoals ons
levensonderhoud, dan hebben we plotseling het gevoel dat dit alleen maar van
onszelf afhangt. David HaMelech
herinnert er ons aan, dat Hasjem je iedere minuut van de dag een gratis rit
aanbiedt, dus wees geen dwaas om je bagage – je parnassa
(levensonderhoud) zelf te willen vasthouden. Leg het ook in de wagen van
Hasjem en Hij zal je zeker helpen je te onderhouden. Hilchot Jom Tov Door Rabbi Dovid Ostroff Mag men de temperatuur
van een electrische oven lager draaien op Jom Tov? Dat hangt af van
het type electrische oven. Omdat men een circuit sluit als men dit doet, mag
men geen digitale toetsen en knoppen gebruiken op Jom Tov. Alle poskiem accepteren dit
standpunt en volgens de Chazon Iesj is dit op grond van bonee –
bouwen. Zelfs termosstaat-knoppen
en knoppen die uitsluitend mechanisch
zijn, mag men in geen geval gebruiken zonder een bevoegde rav
daarover te raadplegen. In vele gevallen doet men dan de oven uit of men
heeft niet in de gaten dat de knop electrisch en niet mechanisch is. Bovendien sluit men in vele ovens een verwarmingselement als men
de oven lager draait, hetgeen de issoer van soteer tot gevolg
heeft – het verbreken van een circuit. Mag men water laten
overkoken om zo het vuur te doven? Een van de bekende
manieren om een gasvlam te doven op Jom Tov, is een pan vol met water te
laten overkoken zodat de vlam uitgaat. Behalve dat dit gevaarlijk is – het gas
blijft doorstromen en moet onmiddellijk afgesloten worden – is de halachische
geldigheid twijfelachtig, om de volgende redenen: Deze heter
staat bekend als een grama – een indirecte handeling, die veroorzaakt
dat de vlammen doven. Rav Shlomo Zalman Auerbach schrijft dat de heter
van grama alleen gebruikt wordt als het ‘gebeurd is’ – niet om als een
gewoonte te gebruiken. Met andere woorden, wanneer er chas wesjalom
brand uitbreekt, dan staat de halacha het gebruikt van grama toe om de
brand te blussen, maar het is niet de bedoeling om het te gebruiken wanneer
het vuur met opzet werd aangestoken om er gebruik van te maken [Sj.Sj.K.
13:13 en voetnoot 58]. Een andere reden voor het verbod is dat het water niet gekookt
wordt om het te drinken of om er mee te baden, de enige reden waarom het is
toegestaan om op Jom Tov te koken, maar het wordt gekookt om het vuur te
doven, hetgeen geen geldige reden is [ibid]. Wat doe ik met de
brandende lucifer nadat ik de kaarsen heb aangestoken? De lucifer mag niet gedoofd worden. Daarom moet men de lucifer op een schotel of in een asbak leggen, zodat hij vanzelf opbrandt en dooft [zie Sj.Sj.K.13:8 en voetnoot 38]. Sommigen
gebruiken een aansteker om de Sjabbat- en Jom Tov kaarsen mee aan te steken –
een zilveren kaarsenhouder met een dunne kaars daarin. Men mag deze kaars ook
niet doven, ook al zou dat de kaarsenhouden ruïneren. |