Archief

SJABBAT SJALOM

Sjabbat Weekblad voor Nederland

Jaargang VI, Nr. 205

Parasjat Wajjechi

 16 Tewet 5767

 5/6 januari 2007

 

Overzicht Wajechi

Text Box: N
a 17 jaar in Egypte, voelt Ja’akov het einde van zijn dagen naderen en hij ontbiedt Joseef bij zich. Hij laat Joseef zweren dat hij hem zal begraven in de spelonk Machpela, de begraafplaats van Adam en Chava, Awraham en Sara, Jitschak en Rivka.  Ja’akov wordt ziek en Joseef brengt zijn beide zonen, Efraim en Menasje bij hem.  Ja’akov verheft Efraim en Menasje tot de status van zijn eigen zonen, en  daar­mee geeft hij Joseef een dubbele portie van zijn erfenis, en ontneemt hij het eerstgeboorterecht van Reoe­ween.  Daar Ja’akov blind is door ouderdom, brengt Joseef zijn zonen dicht bij hun grootvader. Ja’akov kust en omhelst hen.  Hij had niet gedacht zijn zoon Joseef ooit nog levend terug te zien, laat staan Joseefs kinde­ren. Ja’akov begint hen te zegenen, en geeft daarbij voorrang aan Efraim, de jongste van de twee, maar Joseef onderbreekt hem en beduidt dat Menasje de oudste is. Maar Ja’akov legt uit dat het zijn bedoeling juist is om Efraim te zegenen met zijn sterke hand, omdat Jehosjoe’a uit hem zal voortkomen, en Jehosjoe’a zal zowel de veroveraar van Israël zijn als de Tora-leraar van het Joodse Volk.  Ja’akov laat ook de rest van zijn zonen komen, om ook hen te zegenen. Ja’akovs zegen weerspiegelt het unieke karakter en de kwaliteiten van iedere stam, en geeft hen allen een unieke opdracht in de dienst van Hasjem.  Ja’akov verlaat deze wereld op de leeftijd van 147 jaar. Een enorme begrafenisstoet begeleidt zijn baar van Egypte naar zijn laatste rustplaats in de Spelonk Machpela in Chevron.  Na Ja’akovs heengaan zijn de broers bezorgd dat Joseef nu op hen wraak zal nemen. Maar Joseef stelt hen gerust, en belooft zelfs hun en hun families te zullen blijven ondersteunen.  Joseef leeft de rest van zijn jaren in Egypte, en mag Efraims achterklein­kinderen nog aanschouwen. Vóór zijn dood voorspelt Joseef zijn broers dat Hasjem hen uit Egypte zal verlossen. Hij laat hen zweren dat zij zijn beenderen dan uit Egypte zullen meenemen. Joseef overlijdt op de leeftijd van 110 jaar en wordt gebalsemd. En daarmee einidigt Sefer Bereisjiet, het eerste van de Vijf Boeken van de Tora.

Door Ohr Somayach in Jeruzalem, Israël

©1998 Ohr Somayach International - Alle rechten voorbehouden

Hoogtepunten van Haftara Wajjechi (I Koningen 2: 1-12)

Samenvatting van de Haftara:

Op zijn doodsbed geeft Koning David, die toen 70 jaar was, zijn zoon Sjlomo [Salomo], die toen 12 jaar oud was, opdracht om zich aan Tora te houden. Vervolgens geeft Koning David Sjlomo opdracht om Joav, de opperbevelhebber van Davids leger en diens vertrouweling, te doden omdat Joav Koning David verraden heeft door Davids oudste nog levende zoon Adoniahoe te steunen om de volgende koning te worden. Daarna geeft David zijn zoon opdracht om de zonen van Barzilai te steunen, die een aanhanger van Koning David was. Daarna geeft David Sjlomo opdracht om Sjimi ben Gaira te doden, die David gevloekt heeft, nadat Avsjalom, Davids zoon, hem gedwongen had Jeruzalem te verlaten. Koning David overlijdt  en Sjlomo volgt hem op als koning over Israël. Sjlomo vervult de laatste wensen van zijn vader.

Het verband met de Parasja

In het begin van parasjat Wajjechi roept Ja’akov Awinoe zijn zonen bijeen op zijn doodsbed, om hen zijn laatste instructies te geven. Zo heeft ook de Haftara het over de adviezen die Koning David zijn zoon Sjlomo geeft voor zijn dood.

Achtergrond

Koning Sjlomo regeerde over Israël in een tijd, waarvan sommigen zeggen dat het de bloeitijd van Israël was. Het Volk Israël leefde in het Land Israël. Jeruzalem was de hoofdstad. Op de Zionberg stond het Beit Hamikdasj – de Tempel. Ons volk bestond uit 600.000 volwassen mannen met hun gezinnen. Zij hadden de kracht van de profetie verworven en konden met zekerheid de toekomst voorspellen. Men hield zich aan alle 613 mitswot, de Kohen Gadol was het hoofd van de dienst in het Heiligdom op de heiligste dag van het jaar, Jom Kippoer. Joden van over het hele Land Israël kwamen met de Sjalosj Regaliem – de drie pelgrims­feesten, Pesach, Sjawoe’ot en Soekot – naar Jeruzalem, driemaal per jaar. Er was eenheid onder het volk in de tijd van Koning Sjlomo.


Inzicht in de parasja

Altijd dankbaar

Uit de werken van HaRav Aryeh Carmell, zt”l

„Toen de dagen van Israël genaderd waren om te sterven…” (Ber. 47:29).

Ja’akov voelde dat zijn einde naderde en liet Joséf bij zich roepen, om de laatste dingen te regelen. Hoe wist Ja’akov dat hij op het punt stond om te sterven?

De Ohr Hachaim Hakadosj citeert de Arizal, die zegt dat aan het eind van iedere dag het deel van iemands nesjama dat zijn taak volbracht heeft, opstijgt naar de bovenwereld. De Ohr Hachaim voegt daaraan toe dat voordat een tsaddiek deze wereld verlaat, al deze delen van zijn nesjama tot hem terugkeren. Het is deze binnenstroming van nesjama voor de dood waar het vers in Tehilliem (104:29) op zinspeelt: „U vergroot hun geest en zij sterven.”

Daarom kunnen de woorden: „de dagen van Israël naderden” letterlijk worden opgevat en ze betekenen dat alle dagen van zijn leven, die zo goed besteed waren, nu tot hem terugkwamen. Hij zag als in een visioen zijn hele leven voor zich voorbij trekken en hij realiseerde zich dat het een succes was. Hij had zijn opdracht volvoerd om een familie van tsaddikiem op te bouwen die zich zou ontwikkelen in Klal Jisraël.

Onze Geleerden z”l vertellen ons dat Hakadosj Baroech Hoe de tsaddikiem rust geeft aan het eind van hun leven (Jalkoet Sjimonie aan het eind van Melachiem), zodat de tsaddiek hakarat hatov – dankbaarheid voor Hasjem – kan voelen, dat Die hem in staat gesteld heeft zoveel te bereiken.

Het leven van een tsaddiek, en in feite van ieder die Hasjem dient, gaat door verschillende cyclussen; soms gaan de dingen goed en soms  is er tegenspoed en strijd. Wanneer het moeilkijk gaat, bestaat de awoda hieruit, dat men zal erkennen dat alles wat Hasjem doet, ten goede is, ook al zien wij nu niet in wat dat goede dan wel is. Iemand groeit enorm in emoena [vertrouwen] en bitachon [zekerheid] als hij zijn geloof onder dergelijke omstandigheden niet verliest. Het is echter moeilijk om aan de hakara hatov te werken, wanneer alles je lijkt tegen te zitten.

Rav Dessler zt”l legt uit dat een hoog ontwikkeld gevoel  van dankbaarheid een vitaal ingrediënt is van het genoegen dat een tsaddiek ervaart in de Olam Haba. Wie ondankbaar is, apprecieerd de goedheid die hij ont­vangt niet. Alleen wie altijd dankbaar is voor alles wat hij krijgt, zal een steeds groeiende herkenning ervaren  van Hasjems goedheid en die zal zich in een Gan Eden verheugen, waarvan het genoegen oneindig is. (Zie Strive for Truth! deel 3, blz. 191 voor een diepere analyse van dit begrip.)

Hakadosj Baroech Hoe geeft daarom vaak nachat aan een tsaddiek aan het eind van diens leven en staat hem toe om plezier te hebben van zijn successen, zodat hij de gelegenheid krijgt om zijn gevoel van dankbaarheid verder te ontwikkelen, want dat is een onontbeerlijke eigenschap voor een volledig genieten van Gan Eden.


Misjna van de week − Berachot Hoofdstuk 1

Misjna 1:6

Men gedenkt de uittocht uit Egypte ’s avonds1, Rabbi Eliëzer ben Azarja heeft gezegd: Zie, ik ben als ie­mand van zeventig jaar2, maar ik ben er nog niet in geslaagd3 om te zeggen dat de uittocht uit Egyp­te ’s avonds gezegd moet worden. Totdat Ben Zoma dat verklaard heeft. Er is gezegd: „Gedenk de uittocht uit Egypte al de dagen van je leven”. ‘De dagen van je leven’, dat is overdag, ‘Al de dagen van je leven’, dat zijn de nachten [inbegrepen]. Maar de geleerden zeg­gen: „‘de dagen van je leven’, dat is in deze wereld. ‘Al de dagen van je leven’ dat slaat op de wereld van de Masjiach4.

——————————————————

1. De afdeling van Sjema die gaat over de tsietsiet wordt ook ’s avonds gelezen. En ook al is de avond niet de juiste tijd om het voorschrift van de tsietsiet uit te voeren, want er staat geschreven: „En je zult ze [de tsietsiet] zien,” hetgeen kleren die ’s avonds gedragen worden, uitsluit, zeggen wij toch deze derde afdeling tijdens het avond-Sjema wegens de uittocht uit Egypte die erin genoemd wordt (RAV).

[ Dus het voorschrift om tsietsiet te dragen geldt alleen overdag.]

2. Ik lijk op iemand van zeventig jaar oud: Hij was geen oude man, maar zijn haren waren wit geworden op de dag dat hij tot president van het San­he­drin benoemd werd, zodat het zou lijken, dat hij oud en daardoor geschikt zou zijn voor het presidentschap en op diezelfde dag legde Ben Zoma de pas­sage van Tora uit (RAV). [Rabbi Eliëzer ben Azarja was toen pas 18 jaar.]

3. Maar ik ben er nog niet in geslaagd: D.w.z. ik ben er tot nu toe niet in geslaagd de andere geleerden van mijn argumenten te overtuigen. En zo ook in de Talmoed [Nidda 38b] betekent het hetzelfde: Met dit [antwoord] overtuigde Rabbi Eliëzer de geleerden. (RAV)

4. De geleerden zijn het niet eens met Rabbi Elazar en Ben Zoma eens. Zij menen dat de uittocht uit Egypte niet ’s avonds herdacht hoeft te worden. Zij zeggen dat de betekenis van „alle dagen” is dat wij ook in de tijd van de Masjiach de uittocht uit Egypte zullen moeten gedenken.


Uit de wekelijkse daf van de Talmoed

Rosj Hasjana 26b

Klaar voor de rit

„Werp je jichov op Hasjem en Hij zal je onderhouden,” zegt David HaMelech in Tehilliem 55:23. Een ongewoon woord, jihov en de betekenis daarvan ontging de Rabbijnen lange tijd. Totdat op een dag de Geleerde Rabba bar Bar Chana samen met een koopman reisde, die een kameel leidde met koopwaar op zijn rug. De koopman zag de Geleerde worstelen met zijn eigen bagage en zei: „ Neem je jihov en leg het op mijn kameel.” Het werd toen duidelijk dat David HaMelech ons adviseerde de last van onze behoeften op Hasjems „wagen” te leggen.

Het verhaal wordt verteld van iemand die worstelde met zijn zware bagage op een buitenweg, toen een wagen langs kwam en de wagenvoerder hem een lift aanbood. Hij accepteerde dat blij, maar hield zijn bagage in zijn hand. De verbaasde wagenvoerder vroeg hem waarom hij zijn bagage niet op de vloer van de wagen zette. Onze reiziger antwoordde dat hij al erg dankbaar was voor de lift, waardoor hem de moeite van het lopen gespaard werd, maar dat hij zijn edelmoedige gastheer niet nog verder tot last wilde zijn, door ook nog zijn bagage op de vloer te zetten.

Wij reageren op Hasjem op dezelfde dwaze manier. We zijn volkomen afhankelijk van Zijn goedheid voor wat betreft ons leven, gezondheid en al de fundamentele benodigdheden van het bestaan. Maar wanneer het gaat om de bagage, zoals ons levensonderhoud, dan hebben we plotseling het gevoel dat dit alleen maar van onszelf afhangt.

David HaMelech herinnert er ons aan, dat Hasjem je iedere minuut van de dag een gratis rit aanbiedt, dus wees geen dwaas om je bagage – je parnassa (levensonderhoud) zelf te willen vasthouden. Leg het ook in de wagen van Hasjem en Hij zal je zeker helpen je te onderhouden.


Hilchot Jom Tov

Door Rabbi Dovid Ostroff

Mag men de temperatuur van een electrische oven lager draaien op Jom Tov?

Dat hangt af van het type electrische oven. Omdat men een circuit sluit als men dit doet, mag men geen digitale toetsen en knoppen gebruiken op Jom Tov.  Alle poskiem accepteren dit standpunt en volgens de Chazon Iesj is dit op grond van bonee – bouwen.

Zelfs termosstaat-knoppen en knoppen die uitsluitend mechanisch  zijn, mag men in geen geval gebruiken zonder een bevoegde rav daarover te raadplegen. In vele gevallen doet men dan de oven uit of men heeft niet in de gaten dat de knop electrisch en niet mechanisch is.

Bovendien sluit men in vele ovens een verwarmingselement als men de oven lager draait, hetgeen de issoer van soteer tot gevolg heeft – het verbreken van een circuit.

Mag men water laten overkoken om zo het vuur te doven?

Een van de bekende manieren om een gasvlam te doven op Jom Tov, is een pan vol met water te laten overkoken zodat de vlam uitgaat. Behalve dat dit gevaarlijk is – het gas blijft doorstromen en moet onmiddellijk afgesloten worden – is de halachische geldigheid twijfelachtig, om de volgende redenen:

Deze heter staat bekend als een grama – een indirecte handeling, die veroorzaakt dat de vlammen doven. Rav Shlomo Zalman Auerbach schrijft dat de heter van grama alleen gebruikt wordt als het ‘gebeurd is’ – niet om als een gewoonte te gebruiken. Met andere woorden, wanneer er chas wesjalom brand uitbreekt, dan staat de halacha het gebruikt van grama toe om de brand te blussen, maar het is niet de bedoeling om het te gebruiken wanneer het vuur met opzet werd aangestoken om er gebruik van te maken [Sj.Sj.K. 13:13 en voetnoot 58].

Een andere reden voor het verbod is dat het water niet gekookt wordt om het te drinken of om er mee te baden, de enige reden waarom het is toegestaan om op Jom Tov te koken, maar het wordt gekookt om het vuur te doven, hetgeen geen geldige reden is [ibid].

Wat doe ik met de brandende lucifer nadat ik de kaarsen heb aangestoken?

De lucifer mag niet gedoofd worden. Daarom moet men de lucifer op een schotel of in een asbak leggen, zodat hij vanzelf opbrandt en dooft [zie Sj.Sj.K.13:8 en voetnoot 38].

Sommigen gebruiken een aansteker om de Sjabbat- en Jom Tov kaarsen mee aan te steken – een zilveren kaarsenhouder met een dunne kaars daarin. Men mag deze kaars ook niet doven, ook al zou dat de kaarsenhouden ruïneren.