Home-page

Inzicht in Parasjat Tazria 5769

Inzicht in Parasjat Tazria

Uit: „Sjeem MiSjmoeël.”

De sidra [1] opent met de wetten die gelden voor een vrouw na de bevalling. Rasji merkt op dat al de wetten die gelden voor dieren, in de vorige sidrot vermeld werden, en dat we pas nu de wetten voor de mens vinden:

Rabbi Simlai heeft gezegd: „Net zoals de vorming van de mens bij het scheppingswerk plaats vond na al het vee, de wilde dieren en de vogels, zo wordt ook de wet omtrent hen uiteengezet na de wet voor het vee, het wild en de vogels.”

(Rasji, Wajjikra [2] 12:1)

Dit is moeilijk: hoe kan het waar zijn dat de wetten die gelden voor de mens tot nu toe bewaard werden? De hele Tora gaat over de menselijke situatie en al de afdelingen die Rasji beschrijft, gaan in feite over middelen van verzoening voor de zonden van de mens. Er bestaan geen wetten voor het vee, het wild of voor de vogels, want alle wetten zijn voor de mens.

Om ons uit dit probleem te helpen, moeten we de volgende midrasj [3] bekijken:

U heeft mij van achteren en van voren gevormd… (Tehilliem [4] 139:5) – achter – dat is na de schepping van de zesde dag, en van voren – d.w.z. vóór heel de schepping van de eerste dag… Als een mens waardig is, kunnen we tegen hem zeggen: „Je schepping vond plaats zelfs voordat de engelen geschapen werden.” Maar als hij onwaardig is, zeggen we tegen hem: „Een vlo is vóór jou geschapen, een luis ging jou voor, zelfs een worm was er eerder dan jij.”

(Wajjikra Rabba [5] 14:1)

De midrasj heeft een wijsgerige betekenis. Hij beschrijft twee verschillende scheppingen van de mens. De eerste was vóór al het andere – dit betreft de G-ddelijke ziel van de mens. De tweede was de laatste van alles (die welke genoemd worden in de verzen van Parasjat Bereisjiet), betreffende het lichaam van de mens. De midrasj vertelt ons dat wanneer we onze lichamen ondergeschikt maken aan onze zielen – wanneer we onze levens in de eerste plaats beschouwen voor geestelijke groei – dan kunnen we trots zijn dat we als eerste geschapen werden. Maar als we onze ziel ondergeschikt maken aan onze lichamen, en ons leven beschouwen als alleen maar een gelegenheid voor fysiek genoegen, dan zullen we beschaamd moeten toegeven dat zelfs de laagste insecten vóór ons geschapen werden. Wanneer we het leven op de juiste wijze opvatten, dan zullen onze prestaties al het andere in de wereld in de schaduw zetten. Wanneer we echter het doel van ons leven niet op zijn juiste waarde weten te schatten, dan zullen zelfs de leden van de insectenwereld zich realiseren dan hun potentieel beter is dan het onze.

De toepassing hiervan op de volgorde van Tora

We mogen veronderstellen dat de volgorde van de gebeurtenissen, zoals die genoemd worden in deze midrasj, weerspiegeld worden door de volgorde van de wetten zoals die door Tora gepresenteerd worden. Zoals de spirituele componenten van de mens geschapen werden vóór al het andere, zo worden de wetten die betrekking hebben op zijn ziel ook eerst behandeld. Inderdaad, tot op dit punt in Tora hebben we een opeenvolging van wetten gehad die gericht waren op de spirituele ontwikkeling van de Jood in alle soorten van activiteit. Zelfs de dierenoffers die vanaf het begin van Wajjikra gedetailleerd werden, zijn bedoeld als verzoening voor de dwalende ziel en om te verzekeren dat, zelfs na te zijn afgedwaald, deze kan terugkeren tot zijn door G-d gegeven missie. Deze volgorde van wetten is niet wat bedoeld wordt in de Rasji die wij hierboven aangehaald hebben.

Rasji beschrijft een andere volgorde van wetten, die gedefinieerd wordt in termen van een meer fysieke focus op het leven. Zoals de midrasj zegt, als de mens niet voldoet aan zijn spiritueel potentieel, dan wordt hij eraan herinnerd dat hij geschapen werd na alle dieren. In erkenning hiervan worden de wetten die betrekking hebben op zijn fysieke lichaam genoemd na al de wetten van de dieren. De sidra bevat daarom wetten voor een vrouw na de bevalling en wetten voor verschillende soorten van rituele fysieke reinheid en onreinheid, met inbegrip van tsara’at [6] van een mens en zijn kleding. Dit wordt voortgezet in Parasjat Metsora met reinheidswetten betreffende tsara’at van een huis en diverse andere soorten verontreiniging en hun genezing. Zij zijn duidelijk gerelateerd aan het fysieke aspect van de mens. Zelfs de wetten van Brit mila [7], die kort bij het begin van de sidra genoemd worden, bewerkstelligen een fysieke verbetering van het mannelijke lichaam.[8]

Laten wij tenslotte eens nagaan waarom twee aparte scheppingen nodig werden bevonden voor de mens. Waarom schiep G-d het menselijk lichaam en de ziel niet in één handeling?

We mogen suggereren dat dit een verandering in de stemming weerspiegelt, die ons allen treffen. In sommige gevallen voelen we ons expansief, in contact met het G-ddelijke, en intellectueel en emotioneel comfortabel met onze rol als dienaren van G-d. Maar op andere tijden voelen we ons vervreemd van G-d en verward over onze geestelijke doeleinden. In essentie weerspiegelt dit de status van de ziel ten opzichte van het lichaam. Wanneer onze geestelijke krachten zich doen gelden, voelen we het contact met G-d; wanneer onze fysieke krachten regeren, voelen we ons van Hem verwijderd.

De midrasj refereert aan deze twee stadia: van achteren (een positieve denkrichting) is helderheid, en van voren (een negatieve denkrichting) is verwarring en verduiste­ring. Wan­neer deze twee mogelijkheden gelijk­tijdig geschapen waren, dan zouden ze onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn geweest. Wanneer dan iemand overweldigd wordt door een na-gedachtegang, dan zou zijn hele wezen daarmee omlaag getrokken worden. Dan zou het heel erg moeilijk geweest zijn zichzelf daaruit te trekken, uit deze staat van religieuze mislukking. Daarom schiep G-d hen apart, zodat zij niet te nauw met elkaar verbonden zijn. Dus wanneer een gevoel van vervreemding optreedt, wordt niet de gehele persoon daardoor beïnvloed en men kan daaruit betrek-kelijk makkelijk ontsnappen. Het is inderdaad een groot geschenk van G-d dat we een ingebouwde mogelijkheid hebben om onszelf te corrigeren, want we kunnen er zeker van zijn dat als een vervreem­ding optreedt, een nadering tot G-d spoedig zal volgen.


[1]. Sidra (mv.: Sidrot) – Afdeling.

[2]. Wajjikra – Leviticus.

[3]. Midrasj – Verzameling van Aggadot. Aggadah of Aggada (Aramees àâãä: overlevering, traditionele kennis; meervoud Aggadot of (Asjkenazisch: Aggados) verwijst naar de homiletische en niet-legalistische exegetische teksten in klassiek rabbinale literatuur - zoals die met name in de Talmoed en de Midrasj zijn opgetekend (Wikepedia).  

[4]. Tehilliem – Psalmen.

[5]. Wajjikra Rabba – Verzameling Aggadot over het boek Wajjikra.

[6]. Tsara’at – Uit speciale huidziekte, die vaak ten onrechte vertaald wordt met ‘melaatsheid’ of  ‘lepra’.

[7]. Brit mila – Besnijdenis.

[8]. Hoewel de voornaamste functie van de Brit mila natuurlijk een spirituele verbetering bedoelt, is het duidelijk dat het ook het lichaam op een zeer reële manier verandert. Het is door de fysieke handeling van de mila dat de spirituele verandering geëffectueerd wordt.