|
Uit de schatkist van
Chassidische verhalen
Parasjat Wajjera 5769
Rabbi Levi Jitschak van Berdichev kwam eens erg laat
’s avonds aan in een dorp. Toen hij zag dat in een van de huizen nog
licht brandde, klopte hij op de deur en de eigenaar deed open. Rabbi
Levi Jitschak vroeg hem om een hoekje waar hij de nacht zou kunnen
doorbrengen, maar de man weerde hem af, hoewel het duidelijk was dat
hij tamelijk rijk was. „Ga maar naar de melamed
[dorpsonderwijzer] en vraag het hem maar. Hij woont twee straten
verderop,” zei de man en deed de deur dicht voor Rabbi Levi
Jitschaks zijn neus.
Rabbi Levi Jitschak ging naar het huis van de melamed en werd
daar onmiddellijk uitgenodigd om binnen te komen. De melamed, een arme man, was
meer dan gelukkig dat hij zijn schamele bezit kon delen met R. Levi Jitschak.
De volgende dag had het nieuws, dat R.Levi Jitschak van Berdichev
in het dorp was, en bij de melamed logeerde, zich reeds als een lopend vuurtje
door het dorp verspreid. Al spoedig verzamelde de bevolking van het dorp zich
rondom het huis van de melamed om een glimp van de beroemde en geliefde
tsjaddiek de mogen opvangen, en onder hen bevond zich ook de rijke man, die R.
levi Jitschak de vorige avond geweigerd had en slaapplaats te geven.
Toen R. Levi Jitschak naar buiten kwam, drong de rijke man naar
voren en zei: „Rebbe, er is hier maar erg weinig ruimte voor u. Waarom komt u
niet bij mij logeren. Daar kan ik u een kamer voor uzelf geven en het beste
voedsel dat in de stad te krijgen is.”
R. Levi
Jitschak keek hem eens aan en antwoordde: „Wanneer het komt tot gastvrijheid,
zijn er twee soorten mensen – die welke Avraham volgen en die welke Lot volgen.
Toen de engelen Avraham kwamen bezoeken, dacht hij dat het Arabieren waren, en
toch nodigde hij hen onmiddellijk uit. Maar Lot was alleen bereid om hen in zijn
huis te laten, toen hij ervan overtuigd was dat het engelen waren. Uw
gastvrijheid is er helaas een van het soort van dat van Lot.
|