|
Uit de schatkist van Chassidische verhalen Parasjat Mattot Vroegrijp „Voordat Ik jou in de baarmoeder gevormd had, kende ik jou al” (Haftara). Toen Reb Baroech van Mezhibuzh, de kleinzoon van de Baal Sjem Tov een klein jongetje was, introdu-ceerde zijn melamed op school hem voor de eerste keer in de studie van de Talmoed. Toen hij zag dat het eerste blad met tekst met de letter á, de tweede letter van het alfabet, genummerd was, vroeg het kind: „ En waar is bladà , de eerste bladzijde?” De melamed legde hem geduldig uit dat blad à de titelpagina was, met de naam van het traktaat. „Dan begin ik met de eerste bladzijde,” kondigde de jonge leerling aan. „Hier staat áÌÈáÈà ÷ÇîÈà – Bawa Kama, ziet u wel. De naam van dit traktaat bestaat uit de beginletters van áÌÈøåÌêÀ áÌÆï àÈãÄéì, ÷ÈãåÉùÑ îÄáÌÆèÆï àÄîåÉ – Baroech de zoon van Adel, heilig vanaf de baarmoeder van zijn moeder.”
|