|
Chasidisch inzicht in Parasjat Tetsawee 5769 „En jij, gebied de Israëlieten… ” (Sjemot 27:20). Waarom staat er er hier: „En jij”? In het Hebreeuwse woord voor ‘gebied’ zit het woord ‘jij’ al inbegrepen. Overal elders staat geschreven: „En Hasjem sprak tegen Mosjé,” maar in deze hele parasja komt de naam van Mosjé niet voor, terwijl de naam van Mosjé verder, behalve in Bereisjiet, overal in Tora genoemd wordt. De meest bekende verklaring hiervoor is, dat Mosjé na de gebeurtenis met het gouden kalf vroeg, of Hasjem het volk wilde vergeten, en zo niet, dat Hij dan maar Mosjé’s naam uit Zijn boek moest schrappen. En hoewel Hasjem het volk vergaf, werd Mosjé’s naam uit deze parasja geschrapt, omdat het verzoek van een tsaddiek altijd gehonoreerd wordt. De vraag die dan nog open blijft, is waarom Mosjé’s naam speciaal uit deze parasja verwijderd werd. Parasjat Tetsawee wordt bijna altijd, behalve in een schrikkeljaar, gelezen in de week waarin 7 Adar valt. 7 Adar was de sterfdag van Mosjé Rabbeinoe. Toen in de woestijn Parasjat Tetsawee gelezen werd in het jaar dat Mosjé overleed, was hij er niet meer! En daarom komt zijn naam in die parasja niet voor. Toen de slechte Haman een datum uitzocht om de Joden uit te roeien, dacht hij dat Adar daar de juiste maand voor was, immers, zo had men hem verteld, in die maand was Mosjé, de leraar van de Joden, overleden – een slecht teken voor de Joden en een goed teken voor Haman, dacht hij. Maar wat hij niet wist, is dat Mosjé ook op 7 Adar geboren werd. En dat was er de oorzaak van dat de maand Adar juist een gunstige maand is voor de Joden. De Talmoed zegt, dat als een Jood een rechtzaak heeft met een niet-Jood, hij die rechtszaken moet proberen te voeren in de maand Adar, want dat is gunstig voor hem. En zo ook keerde het boze plan van Haman zich tegen hem en ten gunste van de Joden. Maar waarom is het feit, dat Mosjé in Adar geboren werd, sterker dan het feit dat hij in die maand ook overleed? Ten slotte is de dood sterker dan de geboorte. Bij de geboorte komt een mens op de wereld, maar als hij overlijdt, is hij definitief verdwenen. De ouders zijn natuurlijk erg blij met de geboorte van hun baby, maar wie weet wat er uit die baby zal groeien? Als een tsaddiek echter overlijdt, dan weten we wat hij bereikt heeft in zijn leven. Heeft een datum van overlijden niet veel meer betekenis en invloed? Tijdens iemands leven gedenken we zijn geboortedag, maar na zijn dood, al is het voor sommige tsaddikiem honderden jaren later, gedenken we zijn jahzeit, de dag waarop hij overleden is, maar niet zijn geboortedatum! Het antwoord is, dat dit inderdaad geldt voor ieder ander mens en voor iedere andere tsaddiek. Maar Mosjé Rabbeinoe was anders. Voor zijn geboorte zond Hasjem zijn ziel naar de aarde met het specifieke doel om het Joodse volk uit Egypte te leiden en om de Tora in ontvangst te nemen. Bij zijn geboorte, vermeldt de Midrasj, werd de hele kamer waarin hij lag verlicht door het licht van de Sjechina dat op hem rustte. Bij Mosjé Rabbeinoe was de invloed precies omgekeerd, als bij alle andere tsaddikiem. Zijn geboorte had de meeste invloed op het Jodendom en op de hele wereld. Zijn naam in onverbrekelijk verbonden met de Tora, die wij dagelijks leren en daarom hebben wij het vandaag de dag nog steeds over Mosjé Rabbeinoe – Mosjé onze leraar. We zeggen niet: ‘Mosjé, hun leraar’ maar ‘Mosjé onze leraar.’ Daarom, als nichnas Adar, marbee hasimcha – als de maand Adar begint, vermeerdert de vreugde. Dankzij de geboorte van Mosjé Rabbeinoe. Vrolijk Poeriem!
|
|