Index Chassidisch inzicht

Home-page

Chassidisch inzicht in Parasjat Bo

„En Hasjem zei tegen Mosjé…: „Spreek ten aanhoren van het volk dat iedere man aan zijn kennissen en iedere vrouw aan de hare zilveren en gouden voorwerpen zal vragen” (Exodus 11:2)

Waarom was het zó belangrijk dat de Israëlieten de rijkdom van Egypte zouden meenemen, dat dit reeds honderden jaren eerder aan Avraham als een onmisbaare component van hun verlossing voorspeld was?

Iedere schepping bevat een „vonk van heiligheid” die zijn goddelijke doel belichaamt. Wanneer iemand een voorwerp gebruikt om de Schepper te dienen en daarbij de functie realiseert die G-d er bij de schepping aan gegeven heeft, dan „verlost” hij en „verheft” hij de G-ddelijke vonk die daarin zit opgesloten.

Iedere ziel heeft zijn eigen “vonken” verspreid over de wereld, die in feite daarvan een integraal onderdeel vormen: geen ziel is compleet voordat het deze vonken, welke behoren tot zijn opdracht in het leven, verlost heeft. Daarin ligt het doel van de galoet [ballingschap] in al zijn vormen: de ballingschap van de ziel van zijn sublieme oorsprong naar de fysieke wereld, en de diverse ballingschappen die volken en individuen ervaren in de loop van hun geschiedenis, voortgedreven van plaats tot plaats en van bezetting tot bezetting door schijnbaar willekeurige krachten. Maar alles is G-ddelijke voorzienigheid, die ieder mens leidt naar die bezittingen en mogelijkheden waarvan de „vonk” intiem verbonden mee is.

Als de vader en prototype van alle ballingschappen was de Egyptische galoet een hogelijk geconcent­reer­de periode in de geschiedenis, waarin de fundering gelegd werd voor alles wat zich in de volgende eeuwen zou ontvouwen. De materiële wereld bevat 288 algemene „vonken” (en ieder daarvan omvat talloze deeltjes): hiervan werden er 202 uit Egypte meegenomen, verlost en verheven, toen het Joodse volk het zilver en goud meenam en dat gebruikte voor het Heiligdom voor Hasjem in de woestijn.     

(De Chassidische Meesters)