|
Chassidisch inzicht in Parasjat Ekev Door Rabbi Shlomo Abramson In onze parasja spoort Mozes zijn volk aan om nimmer te vergeten dat het G-d was Die hen uit Egypte haalde en Die hen door de woestijn voerde naar het Beloofde Land. Hij beschijft de woestijn als „die grote, ontzagwekkende woestijn.” De woestijn waar wij doortrokken voordat wij het Beloofde Land bereikten, symboliseert de toestand van de hedendaagse ballingschap. En het probleem met deze woestijn is dat wij er zeer van onder de indruk zijn. In onze ogen is hij „groot.” De grote, wijde wereld daar buiten is fantastisch, indrukwekkend, machtig en veel te overweldigend voor de Jood. We vergeten dat de werkelijke galoet (ballingschap) mentaal niet beperkt is tot diegenen die in een negentiende eeuwse getto leven. De werkelijke ballingschap is de ballingschap binnenin, de ballingschap in onze hoofden en harten. De ballingschap die de niet-Joodse wereld zo geweldig vindt. Wanneer wij zo veel waarde hechten aan de buitenwereld, dan leven we nog steeds in een toestand van ballingschap en met een galoet-mentaliteit, ongacht waar we ons geografisch bevinden. Wanneer we eenmaal begonnen zijn waarde te hechten aan deze woestijn, erodeert ons gevoel van eigenwaarde verder en verder en dan beginnen we deze woestijn niet alleen „groot” maar ook „ontzagwekkend” te vinden en zelfs angstaanjagend. Ten einde ons land en ons volk te verlossen, moeten we eerst onze eigen zielen verlossen en ons eigen zelfrespect. Dat we maar nooit mogen vergeten waar onze ware kracht ligt. Wanneer we ons herinneren Wie ons uit Egypte voerde en ons door de woestijn leidde, en Wie werkelijk de Grote der Groten is, dan zullen we in staat zijn om werkelijk rechtop te lopen en voor altijd trots te staan. Met deze houding krijgen we de ballingschap uit ons, en met G-ds hulp, krijgen wij onszelf spoedig uit de ballingschap! Sjabbat sjalom!
|
|