|
Chassidisch Inzicht in Parasjat Wajjisjlach Door Zvi Akiva Fleisher „Ik heb tijdelijk bij Lavan gewoond” (Ber. 32:5). – Schrijft Rasji „Ik bleef toch de 613 mitswot houden.” Waarom is dit relevant voor Esav? Rivka had Jaäkov verteld dat Esav gezegd had: „De dagen van rouw over mijn vader zullen naderen” (27:41). De commentatoren verklaren dat Esav zich realiseerde dat Jaäkovs verdiensten van Tora en mitswot hem zouden beschermen tegen Esav. Esav ging er van uit dat als Jitschak zou overlijden en als Jaäkov geen Tora meer zou studeren, hij zou aanvallen, want dan zou Jaäkov niet voldoende verdiensten meer hebben om hem te weerstaan. Daarom zond Jaäkov de volgende boodschap naar Esav: „Denk niet dat gedurende mijn vele jaren bij Lavan ik ben afgedaald. Ik houd mij nog steeds aan de 613 mitswot. Begin dus geen moeilijkheden met me!” Rasji vervolgt: „En ik heb niet van zijn slechte gewoonten geleerd.” We zouden daar als een vervolg van zijn zojuist vermelde inzicht aan de woorden van Rasji kunnen toevoegen: „Je zou kunnen denken dat hoewel ik rechtvaardig ben en alle 613 mitswot houd, je toch nog macht over mij kunt hebben. In onze vroegere jaren was ik rechtvaardig door het juiste pad te kiezen. Nu dat ik ben blootgesteld aan de slechte Lavan, zou je misschien ten onrechte denken dat ik alleen maar rechtvaardig ben doordat ik aangespoord ben om goede daden te doen bij het zien van zijn weerzinwekkend gedrag, en dat is een lagere vorm van rechtvaardigheid [zoals de commentatoren verklaren: „Er zijn er die het tot zijn schande verklaren” (Rasji op Bereisjiet 6:9 over Noach]. Ik kan je vertellen dat ik mijzelf rechtvaardig gemaakt heb en dat ik dat niet gedaan heb omdat ik terugdeinsde van zijn negatief gedrag.” „U hebt immers gezegd: Ik zal heel goed voor je zijn” (32:13). Ik wil niet alleen maar de ontvanger van het goede zijn, omdat het plezierig is iets goeds te krijgen. Ik wil alleen de vervulling van Uw woorden (Sfat Emet). „En Jaäkov bleef alleen achter” (32:25). De Gemara (Choelien 91) zegt dat hij terugkeerde om kleine voorwerpen op te halen. De Ari z”l legt uit dat hoewel ze onbelangrijk lijken, zij in feite van grote betekenis zijn. De fysieke voorwerpen die Hasjem aan iemand ter beschikking stelt, zijn het medium waarmee hij Hasjem moet dienen. Men heeft geen recht om ze door zijn vingers te laten glippen. We kunnen deze gedachte zeker doortrekken tot de eigenschappen die Hasjem iemand geeft. Hij moet die wijs gebruiken in de dienst van Hasjem en ze niet verspillen of misbruiken (Chidoesjei HaRim). „En hij kuste hem” (33:4). Rasji verklaart: „Rabbi Sjimon bar Jochai heeft gezegd: het is een vaststaande traditie dat het zeker is dat Esav Jaäkov haatte.” Rabbi Sjimon zoekt altijd naar de reden achter een mitswa en zijn parameters. Hier zegt hij dat het eenvoudig een vaststaande traditie, een halacha is. Zoek niet voor redenen voor deze haat, om dan te zeggen: „Als we dit gedaan hadden of dat, dan zou hij ons niet haten.” [Want ook als we dat gedaan hadden, zou hij ons haten, want zijn haat is irreëel] (R. Menachem Zemba Hj”d). „Daarop zei Esav: „Jeesj li rav – Ik heb een overvloed.” (33:9) Maar het woord rav betekent behalve ‘veel’ ook ‘Rabbijn’. Dus Esav zei: „Ik heb mijn Rabbijn in mijn zak. Wanneer ik voor de uiterlijke schijn me rechtvaardig gedraag en een Rabbijn nodig heb om mij te helpen, dan gebruik ik alleen een rabbijn die ‘li’ – ‘voor mij’ van nut is.” „Reinigen jullie je en verwissel van kleren.” (35:2). Zij stonden op het punt om Hasjem te danken bij het altaar. Hieraan kunnen we zien dat men verplicht is zijn lichaam te reinigen en schone kleren aan te trekken wanneer men bidt op een vaste plaats (van heiligheid) (Ibn Ezra).
|
|