|
Chassidisch inzicht in Parasjat Wajjera Engelen als gasten Hij sloeg zijn ogen op en kijk, daar zag hij drie mannen tegenover hem staan, en toen hij hen zag rende hij hen tegemoet. (Bereisjiet 18:2) Parasjat Wajjera opent met het verhaal over de openbaring van Hasjem aan Avraham Avinoe, op een tijdstip waarop hij in de opening van zijn tent zit, en over de drie gasten die naar hem toe komen. Rasji, zich baserend op de midrasj van chazal (Bava Metsia 86b), verklaart dat dit gebeurde op de derde dag van Avrahams besnijdenis en dat Hasjem de zon te voorschijn liet komen uit zijn omhulsel, opdat Avraham niet door gasten zou worden gehinderd. Maar omdat Avraham veel verdriet had, omdat er geen gasten waren, zond Hij drie engelen, verkleed als mensen. De Tora vertelt dat zodra Avraham de drie mannen zag, hij hen tegemoet rende, nog voordat hij zich voor Hasjem verontschuldigd had dat hij Hem in de steek liet, ten behoeve van de gasten. Hiervan leert chazal dat de mitswa van ontvangst van gasten groter is dat de ontvangst van de Sjechina (Sjabbat 127a). Hier kan een eenvoudige vraag gesteld worden: Deze drie gasten waren in werkelijkheid geen mensen, maar engelen. Engelen hebben geen behoefte aan eten of drinken en ook niet aan overnachting. De engelen deden maar net alsof zij aten en dronken, maar zij aten en dronken in werkelijkheid helemaal niet van wat Avraham hen had voorgezet. Dus Avraham liet Hasjem zonder geldige reden in de steek, want alleen de ontvangst van echte gasten gaat boven de ontvangst van de Sjechina. En hier was dus geen noodzaak voor gastvrijheid. Het is duidelijk dat Avraham niet wist dat het geen mensen waren, en daardoor maakte hij deze vergissing. Maar we hebben het hier over Avraham Avinoe! Wanneer van iedere tsaddiek gezegd wordt (Misjlei 12:21): Er zal een tsaddiek geen ongerechtigheid overkomen, hoezeer geldt dit dan niet voor de drie aartsvaderen, over wie gezegd is (B.R. 47:6): De aartsvaders zijn als een voertuig voor Hasjem, dat wil zeggen dat zij als een perfect voorbeeld zijn voor het gedrag zoals G-d dat van ons verwacht. Een en ander kan worden begrepen wanneer wij inzien dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen de mitswot, die de aartsvaderen hielden en de mitswot na Matan Tora. Wanneer wij vandaag een stuk perkament nemen, en daarvan een mezoeza maken of tefillien, dan wordt dit stuk materiaal veranderd in een heilig voorwerp. Wanneer wij voedsel of drinken aan een gast voorzetten, als onderdeel van de mitswa hachnasat orechiem [ontvangst van gasten], dan komt er heiligheid op dit voedsel te rusten. Echter, de mitswot van de aartsvaderen hadden niet de kracht om de heiligheid van een voorwerp te veranderen en konden een materiëel voorwerp niet heilig maken. De mitswot van hen bleven slechts in het vlak van het spirituele, het geestelijke. De mitswot van de Avot dienden slechts als siman lebaniem teken voor de nakomelingen om ons de kracht te geven en ons te inspireren om de mitswot na Matan Tora uit te voeren. Maar de mitswot van de Avot konden de materiële wereld niet heiliger maken en zij konden van de materiële dingen geen heilige dingen maken. Op deze manier is het te begrijpen dat voor de Avot het belang van de mitswot gelegen was in de bedoeling en niet in het resultaat. Daarentegen telt bij ons de uitkomst, niet de bedoeling. Bijvoorbeeld, wanneer na Matan Tora een Jood met de juiste bedoeling zijn tefillien legt, maar er ontbreekt één letter aan, dan is zijn tefillien ongeldig hij heeft de mitswa niet gedaan. Voor de Avot zou de toestand precies andersom zijn de nadruk zou liggen op het geestelijke, op de bedoeling van de mens: wanneer hij de bedoeling had om tefillien te leggen, dan heeft hij daarmee de mitswa gedaan, ondanks dat de mitswa niet in de materiële wereld gedaan is. Nu kunnen wij begrijpen waarom we kunnen stellen dat Avraham Avinoe niet gestruikeld is over zijn gasten. Hij feit dat deze engelen geen mensen waren, was minder belangrijk in de tijd van Avraham hij deed wat hij dacht te moeten doen: zijn bedoeling was gasten uit te nodigen. Dat was voldoende. Pas na Matan Tora zou het belangrijk worden dat dit ook daadwerkelijk gebeurde. Daarom is in onze dagen de fysieke uitvoering van de mitswa belangrijker dan de bedoeling om een mitswa te doen. Desondanks is het heel belangrijk dat men die juiste bedoelingen heeft, dat wil zeggen dat men de bedoeling heeft om de mitswa te doen. Echter alleen de bedoeling is voor ons niet voldoende. In de tijd van Avraham was het voldoende.
|
|