Index Chassidisch inzicht

Home-page

Chassidisch inzicht in Parasjat Wajjechi

Door Rabbi Aba Wagensberg

Leven voor de hele wereld

In de afdeling van deze week ligt Ja’akov op zijn sterfbed en vertelt zijn zonen: „Verzamel jullie, dan zal ik jullie vertellen wat er zal gebeuren aan het eind van de tijden” (Bereisjiet 49:1). Echter, deze informatie wordt nimmer onthuld! In plaats daarvan zegent Ja’akov elk van zijn zonen en er wordt verder geen melding gemaakt van het profetische visioen dat hij beloofd had te zullen onthullen.

Volgens Rasji verliet de G-ddelijke Majesteit hem op het moment dat hij zijn zonen wilde vertellen wat er aan het eind der tijden zou gebeuren. Daar Ja’akov niet in staat was te profeteren zonder G-ddelijke hulp, zegende hij zijn kinderen in de plaats daarvan. Maar waarom verliet de G-ddelijke Majesteit Ja’akov juist op dat moment?

Rabbi Naftali van Rupshitz suggereert dat toen Ja’akov in de toekomst keek, hij al de pijn zag die het Joodse volk zou moeten verduren tot het eind der tijden en dat dit hem zo bedroefd maakte, dat de G-ddelijke Majesteit hem verliet. De Talmoed (Sjabbat 30b) leert ons dat droefheid verhindert dat iemand profetie ontvangt. Daarom kon Ja’akov, toen hij overmeesterd werd door verdriet over het Joodse volk, niet meer helder in de toekomst kijken.

Dit leert ons een krachtige les over wat het betekent om de pijn van anderen te voelen.

Er wordt een verhaal verteld over Rav Levi Jitschak van Berdichev, dat instructief is hierover. Rav Levi Jitschak bracht eens een bezoek aan een zieke, die zich ernstig zorgen maakte over de vraag of hij een plaats zou krijgen in de Komende Wereld. Toen hij de bezorgdheid van de man hoorde, riep Rav Levi Jitschak enkel van zijn studenten als getuigen op, waarna hij een document opstelde, waarin hij zijn eigen aandeel in de Komende Wereld over­droeg aan de zieke. Zijn studenten ondertekenden het document en enige momenten later overleed de man.

Zijn leerlingen waren geschokt door het gedrag van hun rabbi, en zei vroegen hem waarom hij dat gedaan had. Rav Levi Jitschak antwoordde: „Een Jood die lijdt, te kalmeren en op zijn gemak te stellen, is meer waard dan de hele Komende Wereld.”

(Het lijkt mogelijk dat de beloning die Rav Levi Jitschak kreeg voor deze grote daad van medeleven veel groter was dat de beloning die hij aan de stervende man had overgedragen!)

Alle drie werelden

Deze voorbeelden tonen aan dat heilige mensen niet voor zichzelf leven: zij leven voor anderen. We zien dit in de Tora, waar staat: „En Ja’akov leefde in het land Egypte” (Bereisjiet 47:28). De Mesjech Chochma legt uit dat Ja’akov niet alleen maar leefde in Egypte voor zichzelf; zijn „leven” was voor iedereen! Zijn zorg voor anderen, met inbegrip van de Egyptenaren, raakte de hele wereld – want in die tijd was de hele wereld voor zijn voedsel afhankelijk van Egypte. Dus Ja’akovs volledige afwezigheid van egocentrisme had een positief effect op de hele wereld.

We zien dit ook in het vers, waarin Ja’akov tegen Josef zegt: „Ik geef jou één sjchem MEER DAN JE BROERS” (Bereisjiet 48:22). Wat is de betekenis van het woord „sjchem? Het betekent letterlijk „deel.” Rasji meent dat het slaat op de stad Sjechem, die Ja’akov beschrijft als te hebben veroverd met zijn zwaard en boog.

Onkelos, in zijn Aramese vertaling definiëert „mijn zwaard en mijn boog” als „mijn gebed en mijn verzoek.”

Volgens Rebbe Nachman van Breslov (Likutei Maharan) hadden deze gebeden uitwerking op alle drie de werelden: de lagere wereld (sjafel) warain wij leven; de middelste wereld (kochaviem) van de ruimte hierbuiten en de melkwegstelsels; en de hoogste wereld (malachiem), de wereld van de engelen. De beginletters van deze drie woorden (SJ-afel, K-ochaviem, M-alachiem) spelt SJCHeM! [In het Hebreeuws is de eerste letter van Kochaviem dezelfde letter als de ch van Sjchem!]

Hier zien we dus opnieuw dat Ja’akov niet alleen voor zichzelf of voor zijn familie leefde. Hij bad niet alleen voor hemzelf of voor de mensen en steden in zijn onmiddellijke omgeving. Ja’akov bad voor iedereen in de drie werelden van SJCHeM.

Bij het afsluiten van het Boek Bereisjiet kunnen we nog eens terugdenken aan de lessen die wij darauit konden leren. Bij herhaling zagen wij hoe de nadruk gelegd wordt op empathie voor anderen – het wegschuiven van de focus van onze individuele, op onszelf geconcentreerde bezorgdheden. Onze aartsvaders en aartsmoeders waren een lichtend voorbeeld van deze eigenschap. Het is een noodzakelijke basis – een eerste voorwaarde die geïntegreerd moet worden in het nationale karakter van het Joodse volk, voordat we de verlossing van het Boek Exodus kunnen appreciëren.

Dat we deze les in ons eigen leven mogen integreren en dat we gezegend mogen worden om eenheid, broe­derschap en medeleven te ontwikkelen voor elkaar, zodat we de uiteindelijke verlossing spoedig mogen ver­dienen.