Index Chassidisch inzicht

Home-page

Chassidisch inzicht in Parasjat Lech Lecha 5769

 

Geef mij de ziel!

De parasja van deze week wordt verlevendigd met de komst van Avraham op het Bijbels toneel. Onze aartsvader brengt nieuw leven in de wereld, wanneer hij de boodschap van monotheïsme verspreidt in de tot dan toe heidense samenleving. Hij toont ook zijn dapperheid als een onversaagd vechter voor rechtvaardig­heid en hij waagt zijn leven om zijn neef, Lot, te redden wanneer die wordt gevangen genomen in de wereld­oorlog van die dagen.

Nadat Avraham zijn neef gered had, dankte de koning van Sedom Avraham dat hij de andere krijgsge­van­genen ook bevrijd had – de soldaten van de koning. De koning biedt Avraham de oorlosbuit aan, en vraagt alleen zijn mannen terug: Teen li hanefesj, zegt hij – Geef mij de mensen en houdt de buit voor jezelf.

Vijfentwintig jaar geleden hoorde ik een krachtige en gepassioneerde oproep van mijn heilige mentor, de Rebbe, gezegend is zijn aandenken. Het was Simchat Tora, de Jom Tov waarop we in uitbundige vreugde gedenken dat we Tora gekregen hebben. Hij had opgeroepen om met dezelfde uitbundige geestdrift, dat wil zeggen, voorbij de normale remmingen van de dagelijkse budgetaire beperkingen, tsaddaka  – lief­dadigheid – te geven. Later verklaarde hij zijn oproep om één van de Teen li hanefesj te zijn, hetgeen letterlijk betekent: „geef mij de ziel.” Het was een speciaal moment en wat hij zijn volgelingen vroeg, was een eerlijk uitstorten van de ziel, een oprechte handeling van puur geloof en vertrouwen, voorbij de rede of voorbij beperkingen van wat men zich kan verooloven. De Rebbe had opgeroepen voor een totale, onvoor­waardelijke toezegging.

De oproep: Geef mij de ziel klinkt nog na. En het is van toepassing op alles wat we doen. Wij zijn samen­gesteld uit lichaam en ziel. Maar meestal krijgt ons fysieke zelf al de aandacht, terwijl onze geestelijke kant verwaarloosd wordt. Hoe vaak horen we niet Joden, en met name jonge Joden, klagen dat Jodendom spirituele inhoud mist; dat hun synagogen en tempels geen sfeer hebben en geen heiligheid uitstralen. En dan klagen we erover dat zij naar de Himalaya trekken om daar hun doel en de diepte te zoeken, die wij hen niet gegeven hebben.

Hoeveel Bar Mitswa­- en huwelijksfeesten worden gereduceerd tot lege omhulsels van materialistische shows met vrienden en kennissen die zich verplicht voelen elkaar te overtreffen in opzichtige extravaganties, die het doel van de viering volkomen missen?

En G-d riep uit: „Geef Mij de ziel!” Geef Mij terug wat van Mij is. Stop wat geest terug in Jodendom. Genoeg van de Mickey Mouse routines en rituelen, de liedjes en de dansjes. Stap uit al dat uiterlijke vertoon en plastic. Geef me de ziel!

Wanneer ons geloof oppervlakkig is, zien we er net zo dwaas uit als de pathetische dief die in de Talmoed wordt beschreven: „De dief aan de ingang van de tunnel, roept G-d om hulp.” Hij is een gannif, een min­derwaardige misdadiger, die op het punt staat de tunnel in te gaan, die hij gegraven heeft om een bank binnen te komen, maar voordat hij erin gaat, bidt hij tot G-d om succes. Wat een choetspa! Hij staat op het punt het nadrukkelijke verbod van G-d op diefstal te overtreden en vraagt dan of G-d hem daarbij wil helpen?!

Maar dat is het effect van de oppervlakkigheid. Hij heeft geloof en vertrouwen, onze dief uit de Talmoed. Het is alleen niet tot hem doorgedrongen. Omdat deze oppervlakkige pseudo-godsdienstigheid niet tot zijn binnenste is doorgedrongen, is hij zich heerlijk onbewust van de hypocrisie van zijn gedrag. Wat is er mis met stelen en bidden tegelijkertijd?

De waarheid is dat wij allen geloven, zelfs de dieven onder ons. De uitdaging is voor het muntje om te val­len, opdat het geloof onze kern, onze zielen raakt. Laten we gehoor geven aan de oproep: Teen li hanefesj – Geef mij de ziel! Laten we trachten voorbij oppervlakkig Jodendom te komen en iets dieper te reiken, iets diepzinnigs en reëels, dat onze zielen raakt en onze kinderen inspireert.


õ õ õ