Index Chassidisch inzicht

Home-page

Chassidisch inzicht in de Parasja

Chajjei Sara

EEN GOED LEVEN LEIDEN

Ieder mens is begiftigd met de capaciteit om een leven te leiden dat waarlijk een „Leven” genoemd kan worden.

De leeftijd van Sara was honderd jaar en twintig jaar en zeven jaar: dat waren de levensjaren van Sara”

 (Bereisjiet 23:1)

De Gemara in Traktate Jevamot (64a) vraagt: „Waarom moesten de Imahot – Sara, Rivka en Rachel – lijden aan onvruchtbaarheid?” De Gemara antwoordt: Zij leden, omdat Hasjem houdt van de gebeden van de tsaddikiem.

Dankzij haar gebeden en haar liefdadigheid en goedheid verdiende Sara het om een kind te krijgen. Zij zorgde ervoor dat haar leven een leven van chajiemwas, leven en geen sterven.

Dit kunnen we leren van Rachel, die, toen zij zag dat haar zuster kinderen baarde en zij niet, tegen Jaäkov klaagde: Geef mij kinderen, of anders ga ik dood!” (Bereisjiet 30:1).

R. Levi Jitschak van Berdichev beweert in zijn werk ‘Kedoesjat Levi’ dat dit de betekenis is van „de jaren van het leven van Sara,” dat zij door middel van haar gebeden en goedheid leven gaf aan haar jaren.

Waarom breekt het vers de 127 jaar op in groepen? Rasji zegt dat het ons leert dat al haar jaren even goed waren.

Dit ondanks het feit dat zij het grootste deel van haar leven leed aan onvruchtbaarheid, jaren van hongersnood doormaakte en tweemaal gevangen werd door vreemde koningen. Hoe kunnen die jaren goed genoemd worden?

R. Zusia van Anapoli zei: het moet zijn dat zij steeds voor zichzelf herhaalde: „Gam zoe letova – Ook dit is ten goede.” (Traktaat Ta’aniet 21a)

Op deze manier ervoer zij iedere gebeurtenis in haar leven als een zegen, omdat zij begreep dat alles wat er gebeurt, van Hasjem komt en dus ten goede moet zijn.