Index Chassidisch inzicht

Home

Chassidisch inzicht in de Schepping

Wat was er het eerst?

De Talmoed (Chaggiga 12a) vermeldt de volgende discussie tussen de School van Sjammai en de School van Hillel:

De School van Sjammai zegt dat eerst de hemelen werden geschapen en daarna de aarde... De School van Hillel zegt dat eerst de aarde werd geschapen en daarna de hemelen.

De Kabbala beschrijft G-ds schepping als een geleidelijke ontwikkeling van geestelijk tot materieel: eerst straalde G-d een serie G-ddelijke Attributen (sefirot) uit, waaruit hij een keten van „werelden” en realiteiten liet ontvouwen, die elk verder „verwijderd” zijn van Zijn volkomen abstract en ontastbaar wezen. Met andere woorden: G-d begon met alles wat bestaat in de meest sublieme en spirituele vorm te scheppen; Hij liet dat vervolgens in vele stappen en fasen zich ontwikkelen en van gedaante veranderen in meer concrete incarnaties, waaruit uiteindelijk de fysieke wereld ontstond, de finale en meest tastbare belichaming van deze realiteiten.

Volgens deze gedachte ging de spirituele hemel vooraf aan de materiële aarde. Het debat tussen de scholen van Sjammai en Hillel gaat dan niet over de vraag wat eerst kwam in volgorde, maar wat het primaire doel was van G-ds schepping. Schiep G-d alles wat bestaat, met inbegrip van de fysieke wereld, voor de spiritualiteit van de hemelen? Of is het G-ddelijke doel van de schepping het bestaan van het materiële leven op aarde en al het andere bestaat om dit doel te dienen?

Maar ook hiervoor geldt een overheersend gezichtspunt: dat het geheel van de geschapen existentie, van de meest verheven spirituele eenheid tot het meest lichamelijke schepsel, geschapen was zodat de fysieke mens de G-ddelijke wil in de fysieke wereld zou verwezenlijken door de mitswot van Tora in acht te nemen.

Het is met dit doel dat de ziel van de mens, die de Zohar beschrijft als ‘te zijn uitgehouwen uit de G-ddelijke troon’, afdaalt naar de aarde om daar in een lichaam te kruipen met een karakter en leven. Het is met dit doel dat de Tora, die zijn oorsprong vindt in de hemel, niet alleen geopenbaard is op aarde, maar aan de mens is overgedragen. Na Sinai „is de Tora niet in de hemel,” maar in handen van zijn aardse bestudeerders en hen die haar in acht nemen (Deuteronomium 30:12; zie Talmoed Bava Metsia 59b).

De volgende passage in de Talmoed zegt het duidelijk:

Toen Mosjé omhoog ging naar de hemel (om de Tora in ontvangst te nemen), zeiden de engelen tegen G-d: „Wat heeft een menselijk wezen hier bij ons te zoeken?” Zei Hij tegen hen: „Hij is gekomen om de Tora in ontvangst te nemen.” Zeiden zij tegen hem: „Deze schat, die negenhonderd-vierenzeventig generaties voor dat de wereld geschapen werd bij U verborgen was, die wilt u geven aan een van vlees en bloed? .... Laat uw glorie in de Hemel blijven!”

Hierop zei G-d tegen Mosjé: „Antwoord hen!”

Mosjé zei hierop: „Heer der wereld! Deze Tora die U mij gaat geven, wat staat daarin geschreven? ‘In ben Hasjem, jullie G-d, Die jullie uit het land Egypte gevoerd heeft.’ Zij jullie naar Egypte afgedaald” vroeg Mosjé aan de engelen. „Waren jullie slaven van Par'o? Wat staat er nog meer in? ‘Je zult geen vreeemde goden aanbidden.’ --- Wonen jullie tussen afgoden dienende volken?.... ‘Gedenk de Sjabbat’ --- Werken jullie? ... ‘Zweer niet vals’ --- Drijven julle handel? ... ‘Eer je vader en je moeder’ --- Hebben jullie ouders? ... ‘Moord niet,’ ‘Pleeg geen overspel,’ ‘Steel niet’ --- Zijn jullie jaloers? Hebben jullie slechte neigingen?” (Sjabbat 89a).

De Midrasj zegt het op de volgende manier: „G-d wenste zich een woonplaats in de lagere werelden.” Hij verlangde dat er een wereld zou zijn die laag en ver van Hem verwijderd zou zijn, een wereld die ongastvrij is voor Zijn aanwezigheid -- met andere woorden, een aardse, fysieke wereld -- en dat de mens die zou transformerenin in een woning voor Zijn manifeste aanwezigheid. „Dit is alles waarvoor de mens bestaat, dit is het doel van zijn schepping en de schepping van alle werelden, de bovenaardse, zowel als de tijdelijke wereld,” schrijft Rabbijn Schneuer Zalman van Liadi in zijn Tanya.

Dus het doel van de schepping is gelegen in ons aan de aarde gebonden bestaan. Inderdaad, het is met dit doel dat G-d eerst de spirituele hemelen geschapen heeft: opdat zij een fysieke wereld zullen voortbrengen die is ‘afgeleid’ van een hogere, meer G-ddelijke realiteit en die daarbij het potentiëel bezit om zijn laagheid en lichamelijkheid om te vormen tot een ‘woning’ waar het G-ddelijke in verblijft en in tot uiting komt.

Wat komt eerst, de hemel of de aarde? In volgorde de hemel, in essentie de aarde.