|
Vraag:
Wanneer we de mogelijkheid zouden hebben om genetisch
menselijke karakteristieken zoals I.Q., lengte of kracht te
veranderen, zou de maatschappij dit dan moeten beschouwen als
een zegen of als een potentiëel gevaar?
Antwoord:
Technologie is ethisch neutraal. Het is de
toepassing van de technologie die ethische vragen oproept.
Wanneer men medische vooruitgang bediscussiëert, is het onze
taak om te beslissen wanneer het juist is om nieuwe procedures
toe te passen en wanneer we ons daarvan moeten weerhouden. De
wereld is aan de mens gegeven om erover te regeren, die te
onderwerpen en te verbeteren. Wij nemen dit mandaat zeer
serieus. Maar we moeten technologie wel gebruiken voor nobele
doeleinden en de potentieel schadelijke effecten van
technologische vooruitgang op onze medemens anticiperen.
Intrinsiek is er niets immoreels aan de
toepassing van moderne technologie, met inbegrip van
genetische manipulaties van somatische cellen, om zo ziekten
te genezen. Het is een foutieve vorm van godsdienstigheid om
te geloven dat de mens zijn lot niet zou mogen verbeteren. Het
Jodendom accepteert zeer zeker chirurgie als een acceptabele
manier om misvormdheid te behandelen. Zo ook heeft de Joodse
wet geen bezwaar om de genetische code te veranderen van een
foetus, die genen draagt voor een fatale ziekte, ten einde de
anders onvermijdelijke consequenties van de „foute” genen te
voorkomen.
Er is echter een voorbehoud aan de positieve
houding van het Jodendom ten opzichte van genetische
manipulaties, zoals bij iedere andere medische behandeling.
Met de mogelijkheid om te manipuleren komt de
verantwoordelijkheid. Iedere procedure voor modificatie van
de genetische code moet bewezen zijn dat hij veilig is. Men
mag niet het risico lopen onnodige schade te veroorzaken aan
een ongeboren kind (of aan een volwassene), tenzij het
alternatief de dood of een ernstige deformiteit is. Dezelfde
parameters die gelden voor te riskante procedures voor
volwassenen gelden waarschijnlijk ook voor de riskante
procedures voor foetussen.
Ten tweede is er een fundamenteel verschil
tussen de behandeling van een ziekte en „de verbetering” van
de soort. De Tora moedigt ons aan om ziekten te behandelen en
patienten pijn en lijden te besparen. Genetische manipulatie
is potentiëel een grote zegen wanneer het ziekten kan
voorkomen. Maar er zijn ook ernstige gevaren aan verbonden
voor de samenleving wanneer we zelf gaan vaststellen welke
niet-medische karakteristieken wenselijk zijn en wanneer wij
de menselijke genoom gaan manipuleren om „betere” mensen te
krijgen. Wie stelt vast welke eigenschappen wenselijk zijn?
Worden mensen met „ongewenste” eigenschappen tweederangs
burgers? Er liggen tienduizende gevaren voor ons als we
proberen ons mandaat om te genezen te overschrijden en de
wereld van de eugenetiek [rassenverbetering] binnentreden.
Bijvoorbeeld kan de implantatie van een na
genetisch onderzoek gebleken gezonde foetus de enige
acceptabele manier zijn om te voorkomen dat een getrouwd
paar, waarvan beiden de dragers zijn van een ernstige
recessieve eigenschap (zoals Tay Sachs of cystic fibrosis),
een kind krijgen met een ernstige en fatale ziekte. Maar hoe
zit dat met het aanwenden van dezelfde techniek om het
geslacht van onze kinderen te kiezen? Planten we alleen
jongetjes in? Of alleen meisjes? Moeten we iedere embryo
onderzoeken op myriade mogelijke fouten, met inbegrip van
lage intelligentie (of middelmatige intelligentie), zwakke
ogen, gebogen knieën of bruine ogen? Gaan we onze kinderen
vormen naar ons eigen ontwerp?
Het Joodse standpunt van technologie is niet
anders dan zijn standpunt in andere aspecten van het leven.
Terwijl wij verbazingwekkende technologische prestaties
kunnen verrichten, kijken we in de Tora voor antwoorden als
we deze handelingen moeten toepassen. We moeten beslissen hoe
wij onze ontdekkingen en uitvindingen ethisch kunnen
kanaliseren, wanneer we onze medische wonderen kunnen
toepassen en wanneer we onszelf moeten weerhouden van de
toepassing van de ontzagwekkende kracht die in onze handen is
gelegd, omdat dat dan niet het juiste is om te doen.
(Dr. Daniël Eisenberg is verbonden aan de Radiologische
afdeling van het Albert Einstein Medisch Centrum in
Philadelphia, PA, USA, en Assistent Professor in Diagnostic
Imaging aan de Thomas Jefferson University School of Medicine.
Hij heeft in de afgelopen 15 jaar Joodse medische ethiek
gedoceerd. Dr. Eisenberg schrijft regelmatig uitgebreid over
Joodse en medische onderwerpen en geeft internationaal
lezingen over Joodse medische etiek aan groepen van allerlei
achtergrond.) |