| Poeriem-index |
Poeriem, eenheid en Tora
Door Rabbijn A.L. Heintz
De zegen die het Joodse volk van G-d geniet is
afhankelijk van de Joodse eenheid, zoals aangeduid in het achttiengebed (ùîåðä òùøä):
„Zegen
ons, onze
Vader, allen als één. – áøëéðå àáéðå ëìðå ëàçã. Onze geleerden leggen uit
dat de zegen van G-d alleen op ons berusten kan wanneer wij een eenheid vormen.
Waar verdeeldheid heerst ontbreekt G-ds zegen.
Joodse eenheid vloeit voort uit de Tora, zoals er
staat:éùøà-ì
åàåøééúà å÷åá"ä ëåìà çã – Israël, de Tora en
G-d zijn allen één.” Het is de Tora die ons met elkaar verbindt.
Deze eenheid stamt van de Berg Sinai af, waar het volk Israël zo veel met
elkaar verenigd was dat het als één mens met één
hart beschouwd werd.[1]
Door de eeuwen heen tot aan vandaag de dag toe
blijft de Tora het bindende factor binnen het Joodse volk. Waar ter wereld een
Jood ook komt, zijn de wetten en vaak
ook de gebruiken in grote lijnen hetzelfde. Dit geeft altijd een prettig gevoel
van saamhorigheid. Men kan duizenden kilometers van huis zijn en zich toch
thuis voelen.
Het ontbreken van eenheid onder het Joodse volk was
de basis van Hamans aanklacht. Toen de slechte Haman aan de koning Achasjwerosj
toestemming vroeg om de Joden uit te roeien, zei Haman, „Er is één
volk [toch is het] verstrooid.”[2]
m.a.w. de eenheid onder het Joodse volk ontbrak.
Haman wist dat als de Joodse eenheid wankel is, de
Joden dan ook zwak en kwetsbaar zijn.
De Joodse koningin Esther had begrepen hoe Haman de
mogelijkheid had gekregen de Joden aan te vallen; de Joodse eenheid was
aangetast door gebrek aan verbondenheid met de Tora. Immers, het hele probleem
was bij het feest van Achasjwerosj begonnen, waar sommige Joden zich niet aan
de wetten van de Tora hadden gehouden en van ongeoorloofde spijzen hadden genoten.
Om de eenheid van het Joodse volk te waarborgen en
de Joden van de decreten van Haman te redden, heeft Esther aan Mordechai
gevraagd om actie te ondernemen: “Verzamel alle Joden … en vast … en eet en
drink niet.”[3] Het
verstrooide volk moest bijeenkomen en weer één worden.
De Midrasj[4]
leert ons dat door te zeggen „vast” en ook „eet en drink niet” bedoelde Esther
dat het Joodse volk moest vasten; waarom? „eet en drink niet” omdat zij bij het
feest van Achasjwerosj gegeten en gedronken hadden.
(Eerder
verschenen in NIGUN)
Alleen na dat de aangetaste eenheid van het Joodse
volk d.m.v. vasten en inkeer hersteld was, kon Esther naar de koning toe gaan
om zijn medelijden voor het Joodse volk te vragen.
Daarna, toen de Joden van de slechte decreten van
Haman gered waren, besloten zij hun verbinding met de Tora verder te
versterken, zoals er in de Megila staat,[5]
“De Joden hebben vastgesteld en op zich genomen...” De geleerden zeggen
hier-over,[6]
“De Joden hadden vastgesteld hetgeen zij reeds eerder op zich genomen hadden
bij het geven van de Tora.” Door de Tora werd het Joodse volk weer
één.
Ook onze viering van Poeriem moet leiden tot
versterkte Joodse eenheid.
Wij komen bijeen om de Megila te horen. In geest van
liefde voor onze medejoden
(àäáú éùøà-ì), geven wij aalmoezen aan de armen (îúðåú ìàáéåðéí), wij sturen kosjere etenswaren aan elkaar, (îùìåç îðåú), de feestmaal eten wij samen als een gemeente.
Laten wij hopen dat door onze Poeriem viering de
Joodse eenheid bevorderd wordt en dat wij allemaal door G-d als één gezegend zullen
worden.